Weer zo’n dag

En daar zaten we dan, op een donderdagochtend aan het ontbijt met een gestresst kind en een bak muesli. Mijn bloedje zou namelijk deze dag een hekwerk in zijn smoeltje geplaatst krijgen en hij was daar, op zijn zachtst gezegd, niet heel erg gerust op. Na een slapeloze nacht zat er een wit mannetje in zijn ontbijtkom te prikken en kreeg geen hap door zijn keel. De oorzaak van deze angst was het bekijken van een filmpje op  de site van de orthodontist (slecht plan…) over het ‘slicen’ van tanden. Een onderdeel dat mijn vent helaas ook te wachten stond, volgens de ‘ortho’. Geen geruststellend filmpje, al zeg ik het zelf, want de aanblik van een elektrische pizzasnijder en in het rond vliegende stukjes tanden en kiezen stemde mij ook niet uitzinnig van vreugde.

Maar goed, terwijl we dus vergeefs probeerden nog iets gezelligs van het ontbijt te maken werden we opgeschrikt door gekras en gefladder in de schoorsteen van onze open haard en een hulpeloze schreeuw van een kouw.  Shit, die zat dus vast in onze schoorsteen. Ik kreeg gelijk visioenen van een roet-vogel die in paniek een rondje zou gaan fladderen in mijn witte woonkamer en luguber uitziende  afdrukken van een geplette vogel tamponneerde op mijn hagelwitte muren. Maar het arme beestje zat vast dus daar moest de brandweer aan te pas komen. Die hadden een paar weken geleden ook al een vogel uit een nabijgelegen schoorsteen bevrijd, dus dat zouden ongetwijfeld mijn helden van de dag worden.

Ik zat eigenlijk te wachten op een stoere brandweerman. Zo één met van die betonvlechtersarmen en roetstrepen op zijn krachtige kaaklijn, zo’n sterke reus die je licht als een veertje uit een brandend huis draagt. Helaas, het was een ielig mannetje in zijn nette brandweermannen-broek met bijpassend wit bloesje met gouden epauletten. Zijn kameraad stelde ook al niet veel voor. En nog kleiner menneke die met moeite een grote gele tas met een schoorsteen-veegset naar binnen sjouwde.
Met de veegset werd geprobeerd de vogel naar boven te dwingen, waar Rik bovenop de schoorsteen vol verwachting klaar zat om het paniekerige mormel op te vangen. Maar het slimme beest zat halverwege de schoorsteen op een plateautje en dacht waarschijnlijk, ik blijf hier braaf zitten want ik zit niet te wachten op een staalborstel in mijn kont. En geef dat beest eens ongelijk.brandweer
Na een kwartier vergeefs proberen zei de kleinste brandweerkabouter: “Hij is weg hoor, ik zie hem niet meer”.  Ja hoor, en ik ben zo blond als Barbie. Echt, als het beestje er boven niet uit is gekomen en beneden ook niet, dan moet meneer de brandweerman met zijn magische toverstokje gezwaaid hebben en vol overtuiging Harry Potters Conjurus Infarctus uitgesproken hebben, want een andere verdwijntruc kan ik niet bedenken. Ik zie er blijkbaar uit als een enorm dom wicht….

Maar het was verdomd stil in de schouw, dus ik had eigenlijk het bange vermoeden dat het arme beestje met de schoorsteenborstel een klap op zijn donder had gekregen en een beetje dood lag te gaan op het plateautje. En dat brak mijn hart, het idee dat er een gewonde vogel in MIJN schoorsteen een langzame dood tegemoet lag te gaan.

Met lood in de schoenen dus op weg naar de orthodontist. De stresskip naast mij in de auto maakte mijn algehele gevoel van welbehagen er niet beter op. Wessel slaakte bij elk rood stoplicht een zucht van verlichting alsof later aankomen bij de beul de boel makkelijker zou maken. Maar toen meneer eenmaal in de stoel lag en een lieve assistente een enorme klem in zijn mond had geparkeerd ging er een duim omhoog en kon ik ook weer ademhalen . Er werd gelijk begonnen met het plakken van de slotjes en het hele ‘slice-verhaal’ kwam niet eens ter sprake. Wij hebben allebei wijselijk onze grote mond gehouden met het idee in ons achterhoofd dat het dan waarschijnlijk ook niet echt nodig was… Na 1 ½ uur zat het complete hekwerk in zijn mond en met een paar uitgedroogde lippen en pak-em-beet 20 blauwe elastiekjes in zijn snavel mochten we eindelijk naar huis.

Terug naar de kouw. Die zat dus nog steeds fladderend in mijn schoorsteen. De verdwijntruc had blijkbaar voor geen meter gewerkt, maar goed, ik had niet anders verwacht. Wat Rik daarna met een baksteen aan een touwtje in de schoorsteen probeerde te doen laat ik maar aan jullie eigen verbeelding over. Zijn opmerking waarom het beestje niet op de steen ging zitten zodat hij hem naar boven kon hijsen vond ik té intelligent voor woorden. Het beest was letterlijk met geen steen van zijn plek te krijgen.

Terwijl we aan tafel zaten te filosoferen over alle mogelijke manieren waarop we dat kreng er nou uit moesten lokken en Wessel probeerde iets eebeugeltbaars tussen zijn ijzers door te schuiven,  hoorden we ineens een doffe plof. En ja hoor, vanachter het ijzeren gordijn dat voor onze open haard zit, zat een kouw ons een beetje dommig aan te kijken. We hebben hem gevangen en buiten gezet en halleluja, het mormel vloog gewoon weg. Ik blij en Wessel nog blijer. De vogel was gered en de beugel zat erin.

De dag die zo waardeloos begon had dus toch nog een happy end. Ik heb een geveegde schoorsteen, Wessel zijn hekwerk en de kouw zijn vrijheid. Wat een dag weer.

Een gedachte over “Weer zo’n dag

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.