Angeli schrijft


Een reactie plaatsen

Geluksmomentje

Zomaar een woensdag in juni. En eindelijk weer een zomerochtend, althans zo voelt het wel na al die veel te koude en regenachtige dagen, ook al is het maar 17 graden. Want dit jaargetijde mag dan volgens de boeken wel zo mooi zomer heten, maar ik weet het niet hoor. Shitherfst met hier en daar een zomers momentje zullen ze bedoelen.
Maar goed, 17 graden en zon, dus ik moet het er even van nemen voor vanmiddag de hemel weer op me neerstort. Fiets uit de schuur, korte fietsbroek (!) aan, bidonnetje gevuld, kekke nieuwe helm op en hoppa. En man wat ga ik genieten. Dat had ik zo in de planning dus genieten zal ik!

De eerste kilometers tussen de weilanden door kom ik geen mens tegen, de wind fladdert om mijn benen en ik zal er ongetwijfeld uitzien als een blije muts op een racefiets. Zo voel ik me namelijk ook. Mijn dag wordt met de minuut beter. Ik zie een heldhaftige spreeuw die met veel kabaal een roofvogel probeert te verjagen, een moederzwaan die met haar wollige kindertjes ronddobbert in een sloot kijkt me wat wazig aan. Er springt een haas over de weg en het arme beest schrikt zich een hartklepverzakking van mij.  Hij maakt één of andere idiote schijnbeweging en sprint net zo hard weer terug naar waar hij vandaan kwam. Tot zover zijn voornemens om het gras aan de overkant te gaan verkennen. Zoveel groener was het daar trouwens ook niet..

In het eerste dorp wordt ik ingehaald door een wielrenster met kuiten als boomstammen en het interesseert me vandaag geen reet. De neiging om aan te haken heb ik ook al niet. Ik kijk op mijn teller en vindt 28,6 km/u hard zat vandaag, want ik ging genieten toch?

Op het Amsterdam-Rijnkanaal is het een drukte van jewelste met grote schepen. Bij het pontje staat een schooklas in neonkleurige hesjes te wachten op de veerman; de kakofonie die deze groep teweeg brengt is bewonderenswaardig. Ik voel die bui al hangen dat er ineens zo’n knaloranje hesje het fietspad opduikt om rondvliegende gevulde boterhamzakjes te ontwijken. En die hesjes hebben geen idee dat ik met mijn italiaanse Sidi’s muurvast zit aan mijn pedalen, dus ik neem het zekere voor het onzekere en fiets er met een grote boog omheen.

Terwijl ik langs de Vecht fiets zie ik een kwiek omaatje met prachtig grijs haar onder een rieten hoed pioenrozen knivechtppen uit haar eigen tuin. Ze knikt naar me en ik zwaai terug. Er komt me een hardloopster tegemoet met een hijgende  poedel die bijna net zo groot is als mijn fiets. Ik heb nog nooit een hardlopende poedel gezien, en zeker geen keurig geschoren poedel van dit formaat, maar deze kon er wat van kan ik je vertellen.
Een Ghostbuster in korte broek en belachelijk bruine benen staat met een container op zijn rug het onkruid tussen zijn waaltjes te besproeien en achter het raam van zijn pittoreske optrekje aan de Vecht zit zijn vrouw heerlijk in het ochtendzonnetje de krant te lezen. Of een kruiswoordpuzzel te maken, of haar vakliteratuur over de soapsterren door te nemen ofzo, whatever.

Als een iets te blije doos trap ik vrolijk door. Het is rustig op de Vinkeveense Plassen, weinig bootjes en die paar boten die ik zie dobberen als speelgoed-bootjes op het water. Hier en daar hangt een hengel buitenboord. Niemand schijnt haast te hebben vandaag. Ik maak me zelfs niet druk als de brugwachter mij ziet aankomen en tóch vlak voor mijn neus besluit de brug omhoog te gooien. Normaal gesproken zou ik dat een enorme eikelige actie vinden omdat ik net zo’n lekker tempo had maar vandaag kan het me niets schelen.

Thuis gekomen komt mijn kind ook net uit school en doet verslag van de eerste dag ‘in hell’, of zoals wij het zouden noemen: toetsweek. Hij is tevreden en opgelucht dat de eerste dag van zijn allereerste toetsweek ooit erop zit. Wouter, het buurjongetje heeft hem met stoepkrijt in grote letters van onze tuinpoort naar de stoep geluk gewenst met de toetsen en het heeft geholpen, tot nu toe althans.

Jamcadoremer dat Rik moet werken vandaag, dit zou een mooie dag zijn voor een paar uurtjes terras aan het water met een wijntje en een blokje kaas. Om het geluk compleet te maken, zeg maar.  Wessel en ik halen een hoorntje met tiramusi- en stroopwafel-ijs bij de Italiaan en slenteren even over het plein en zijn het er roerend over eens: zo zou het elke dag moeten zijn.

We zijn nog maar net thuis of de regen komt alweer uit de hemel vallen.Tot zover een mooie zomerdag, het is 26 juni en de herfst is weer ingetreden.