Angeli schrijft


Een reactie plaatsen

De meeuw op de brandtrap

meeuwAl dagen werden we lijp op kantoor van een piepend meeuwtje en een moedermeeuw die als een volleerd viswijf terug schreeuwde. Piepmeeuw zat eerst steeds voor de voordeur en werd elke keer bruut weggejaagd want hij had niet het vereiste IQ om te onthouden dat de deuren automatisch sluiten. En we weten allemaal wat er gebeurt als kindertjes met de vingers tussen de deuren komen toch? Dus om die ellende te voorkomen werd hij telkens weer het inmiddels dorre en gele gras in gestuurd.
Hij kon niet vliegen. Misschien was het een ‘zij’, maar ik vond hem een nogal mannelijke uitstraling hebben, dus het is een hij. Punt.

De volgende ochtend zat hij ineens op de 2e verdieping voor de deur van de nooduitgang. Waarschijnlijk had hij de hoop dat hij van daaruit zijn prachtige vleugels uit zou kunnen slaan. We waren in eerste instantie enorm opgelucht, want we dachten dat hij dus inmiddels een beetje kon fladderen, maar niets is minder waar. Hij hopste op zijn grote flappoten van trede naar trede en bleef hartverscheurend om zijn mama roepen. En daar kan ik dus niet tegen. Dan word ik een dweil en ondanks dat mijn collega’s vonden dat ik de natuur zijn gang moest laten gaan, vond ik dat ik deze puber moest behoeden van aftakeling en een langzame hongerdood. Geen optie dus.
Het onnadenkend openen van de branddeur bleek een waardeloze actie. Het brandalarm werd automatisch loeihard in werking gezet, de brandweer werd gealarmeerd, wij hadden een hartverzakking en Piepmeeuw stak zijn kop in het zand en zat stokstijf van de schrik op zijn flappoten te trillen. Je begrijpt het al, dit was nou niet echt een geslaagde reddingspoging. Verre van, maar hé, het is tenminste een poging hè?

Een poging om buiten een paar treden de brandtrap op te lopen met een bak water was pure zelfdestructie. Mama-meeuw snapte de reddingspogingen niet en geloof me, een woeste mama ontwijk je graag. Sowieso moet je uit de buurt blijven van woeste mama’s die hun kind beschermen, maar dat wisten jullie zeker al hè?

Na die kommer en kwel een tijdje aangekeken te hebben dacht ik, fuck die natuur.. Ik was als de dood dat hij van de brandtrap zou flikkeren als ik hem zou redden maar Piepmeeuw moest en zou geen trage en uitermate pijnlijke dood sterven. Mijn collega’s vonden het blijkbaar nogal hilarisch hoe ik met dat kuiken begaan was, maar hé, ik ben nou eenmaal een emotionele dweil als het om dieren gaat. Uiteindelijk hebben we toch maar de dierenambulance gebeld en daar kwamen ze hoor; twee manwijven, waarvan er eentje al behoorlijk in het verband zat door verwoedde reddingspogingen van een andere agressieve snoeshaan. Maar ik vind het pure heldinnen. Met gevaar voor eigen leven hebben ze Piepmeeuw met een joekel van een net gevangen en Piepmeeuw is veilig getransporteerd naar de plaatselijke vogelopvang. Hopelijk leert hij daar vliegen en kan hij over een tijdje over de Noordzee scheren en vette vis vangen.

Opgelost, zou je denken. Ehm.., nou niet dus.
Mama-meeuw heeft inmiddels de hulp van papa-meeuw ingeroepen en samen zijn nu al dagen op zoek naar hun jong. Het is hartverscheurend. En nu ben ik dus eigenlijk op zoek naar een vogelfluisteraar die ze even kan vertellen dat het goed gaat met hun kind. Dat ze terug moeten naar de Noordzee en daar straks hun prachtige kind zien vliegen boven de golven. Dan is deze dweil van haar schuldgevoel af en leven de meeuwen nog lang en gelukkig. Dus..