Over liefde, kwetsbaarheid en verlangen

Tijd voor een serieus blogje. Iedereen die hoopt op een grappig blog, sla deze dan maar even over. Deze gaat namelijk over kwetsbaarheid, liefde en verlangen. Hoe lastig is het om je kwetsbaar op te stellen? Wat kan er gebeuren en wat doet dat met je? Dit was iets om eens goed over na te denken en door het op te schrijven krijg ik nieuwe inzichten. Vandaar dus mijn serieuze blog, zo werkt dat voor mij. Dus met dit blog ga ik me heel kwetsbaar opstellen. De uitdaging..

Sinds de scheiding bijna 6 jaar geleden ben ik er vaker tegenaan gelopen. In (meestal) relatief kortstondige relaties was het de makkelijke weg. Ik zag het als mijn overlevingsstrategie, de strategie die ervoor zorgde dat ik vooral niet teveel verdriet of pijn hoefde te voelen als het toch niet bleek te zijn waar ik naar verlangde. Pure onzin, want het verdriet om verbroken relaties was er niet minder om. Mezelf van mijn kwetsbare kant laten zien vraagt best veel lef en hoeveel wil ik delen met iemand die ik net hebt ontmoet? Genoeg lef voor allerlei onbelangrijke zaken, maar als het om echte grote-mensen-dingen ging had ik daar wel een leer-puntje.

Meestal kwam het niet tonen van die kwetsbaarheid van twee kanten. En waar het dan strandt? Dan is daar ineens een moment waarop er iets vervelends of pijnlijks gebeurt en de uitgelaten blijheid van een prille liefde overgaat in echt serieuze zaken. Proberen een betere versie van mezelf te zijn in een liefdesrelatie werkt niet, dat heb ik inmiddels wel geleerd. Onvolmaaktheden zijn er (bij beide partijen) en het is een heel proces om die bij de ander, maar vooral bij mezelf, te omarmen. Ik vind dat ik al een flink stuk van deze weg heb afgelegd, mede dankzij de nodige coaching sessies, maar er is ook nog meer dan genoeg te leren.

En dan komt er nog zoiets lastigs als communicatie om de hoek kijken. Wat gebeurt er als ik me kwetsbaar opstel, mij volledig durf te geven en vervolgens afgewezen zou worden? Dat is wel even een dingetje waar een flink stuk zelfreflectie aan te pas komt. Ik kan roepen dat het me niets doet, maar eerlijk is eerlijk, echt prettig zou ik een afwijzing niet vinden. Dan komt er toch een stukje onzekerheid om de hoek kijken. Maar daarentegen vind ik het fantastisch en ontzettend stoer als de ander ook zo kwetsbaar en open durft te zijn om uit te spreken waar de pijnpunten of verlangens liggen. Dat geeft liefde een onvoorwaardelijk karakter. “Ik ben graag bij je maar…” Het schept een verbintenis zonder ‘dubbele agenda’. Ik denk dat deze manier van communiceren niet de makkelijkste weg is want het vraagt enorm veel openheid en vertrouwen, maar het is een mooie ontdekkingsreis.

En dan kom ik bij mijn verlangen, want wat wil ik, wat vind ik belangrijk en waar kan ik in groeien?

Het aanvaarden van elkaars onvolmaaktheden en samen groeien in een verbinding. Het lef hebben om beide de volledigheid durven te laten zien en de imperfecties in elkaar omarmen waardoor een opening ontstaat naar wederzijds kwetsbaar kunnen en mogen zijn. Compassie hebben met en naar elkaar. Het weten dat ik ertoe doe voor een ander, dat je er als partners voor elkaar bent en bereikbaar bent als er een beroep op elkaar wordt gedaan. Tijd en aandacht hebben voor elkaar en toch die geborgenheid voelen, ook als je niet bij elkaar bent.

Een fikse reis naar verbinding die je samen doorloopt, veel verlangens, maar ik vertrouw erop dat het haalbaar moet zijn. Kwetsbaarheid is geen blijk van zwakte, het is een blijk van kracht en lef. Mooie reminder voor mezelf..

Stylish verantwoord in de teststraat

Zit lekker joh, zo’n spartaanse schoolstoel maar het is zo lekker vintage he?

En daar zit ik dan weer, aan mijn eettafel met de laptop voor mijn neus op mijn o zo leuke maar kneiterharde vintage schoolstoelen. Een volgende poging om de volgende semi-lockdown te overbruggen met koffie, zoom-calls en Spotify. Wat een bruisende wereld waar we in leven sinds maart.. Het enge eraan is, het begint te wennen. Alleen zijn en weinig contact met de buitenwereld, het wordt zonder dat we het willen echt bijna normaal. Ja, zorgen zijn er. Wat doet deze afstomping met mijn kind, die zich zo verheugd had op het bruisende studentenleven maar vooral veel tijd doorbrengt op zijn studentenkamer? Wat doet dit met mijn 83-jarige moeder die alleen 200 km verderop in haar grote huis probeert de tijd te doden? Wat doet dit met mijn zwaar gehandicapte broer die de weg is kwijtgeraakt na de eerste lockdown en inmiddels zijn dagen zwaar depressief in een bed doorbrengt? Wat doet het met de lieverds om me heen die vaak alleen in een stil huis de dagen doorbrengen en eigenlijk best wel behoefte hebben aan een beetje aandacht, gezelschap en aanrakingen?

Maar ik maak er het beste van. Ik probeer, zoals de baas voorschrijft, regelmatig even buiten te wandelen, verantwoord te eten en betrap mezelf erop dat het inmiddels een gewoonte is geworden om mijn mondkapje in mijn zak te stoppen. Of het helpt doet er niet toe, ik voel geen behoefte om recalcitrant te doen of anderen een onveilig gevoel te geven. En tenslotte is het maar een kleine aanpassing in dit grote geheel.

Maar ondanks alle maatregelen was het daar verleden week ineens: een snotneus, hoesten, niet fit en aangezien ik naar mijn broer in de verpleeginstelling zou gaan had ik besloten het zekere voor het onzekere te nemen. Ik heb braaf de richtlijnen gevolgd en heb een Coronoatest laten afnemen. Dat leek me sowieso al een prettiger idee dan mijn kont 10 dagen op de keiharde schoolstoel te moeten installeren.

Ik dacht dat ik naar zo’n drive through teststraat ging, dus de aftandse hardloopbroek met bijpassende Uggs kon prima, vond ik. Niemand die zou zien dat de bovenkant nog wel acceptabel was (voor de nodige Zoom-calls hè?) maar de onderkant meer weg had van een sloeber. Met mijn witte bontkrulletjes jas erover zag ik eruit als de doorsnee thuiswerker denk ik, maar dat zie je godzijdank niet in de auto. En natuurlijk had ik het helemaal verkeerd ingeschat..

Bij de testlocatie bleek dat ik mijn auto moest parkeren en lopend het hele fucking parcours moest afleggen. Het had geregend, ik stapte met mijn Uggs in een enorme modderpoel, dus het plaatje van snotterende dakloze was alleszins afgerond. Halleluja! Daar stond ik buiten in de regen in een rij met hoestende wachtenden te proberen vooral niet de aandacht te vestigen op mijn gracieuze onderkant. Dat is mislukt.

De test zelf stelde geen ene moer voor, dus de horrorverhalen omtrent het testen kunnen wat mij betreft onder tafel geveegd worden. Ik vond het meisje die geneeskunde studeerde en de test afnam een schatje. Ze taxeerde niet eens misprijzend mijn smashing outfit en verontschuldigde zich bij voorbaat al voor wat ze met de dreigend uitziende wattenstaafjes van plan was. Ze stak even een roerstokje in mijn giechel en nog eentje in mijn neus en voor ik het wist stond ik weer buiten met in mijn handen de Grote Coronahandleiding. Oké, het stokje in de neus raakte nog nét niet de frontaalkwab, maar dat was dan ook het enigste. Peanuts.

Thuis ben ik nog wel een tijdje bezig geweest met het schrobben en ontsmetten van de Uggs en de auto. Ik heb mezelf voorgenomen dat ik volgende keer, mocht het nodig zijn, mijn rubberlaarzen aantrek met gezellige hippierok. In Amsterdam kan tenslotte alles.

Ze zijn weer schoon!

De test was negatief trouwens dus julie kunnen gewoon bij mij langskomen voor een anderhalve meter wijntje. Hou hoop lieverds en proberen jullie er ook het beste van te maken? De zon gaat uiteindelijk vanzelf weer schijnen.

Loslaten

Nou, dat hebben we gefikst hoor. Al 2 weken is hij onder het dictatoriale juk van zijn ouders uit. Mijn apegatje, die 20 jaar zomaar heeft laten voorbij vliegen alsof het er 5 waren. De snotneus. Eindelijk weg uit Verveelnis (zo’n pittoresk dorpje ergens tussen Utrecht en Amsterdam) waar hij, ondanks alles, ontzettend heeft genoten van zijn jeugd en pubertijd. Maar de verleiding van de grote stad lonkt en ik snap dat als geen ander.

Eerlijk gezegd, het is best een beetje onwennig, zo’n kind dat niet zomaar binnen komt kuieren. O, wat heb ik het gestimuleerd om op eigen benen te gaan staan, zelfstandig te worden en vooral heel veel te genieten van het studentenleven in Amsterdam. Ik kijk soms met weemoed terug naar mijn eigen tijd in Amsterdam, de bedrijvigheid van een grote stad is in dit dorp fucking ver te zoeken. Ik begrijp dus donders goed dat je die kans met twee handen aan moet grijpen, zeker als je jong bent. En hoe fijn is het als je die kans aangereikt krijgt door betaalbare woonruimte te vinden samen met een stel goede vrienden.

De eerste dag van zijn ‘vrijheid’ heb ik mijn moeder- en zorgrol godzijdank nog een beetje weten te rekken door te helpen met schoonmaken, latex van de badkamervloer te pulken en Ikea-gordijnen op te hangen. En ik heb nog één keer, uit nostalgisch oogpunt, zijn bed mogen opmaken. Hallelujah! Maar nadat ik écht, écht het allerlaatste miniscule latex-druppeltje van de badkamervloer had gepeuterd moest ik mijn apegatje uiteindelijk toch achterlaten. Ik heb me de flat uit gesleept met mijn stofzuiger en wonderdoekjes om ze een beetje hun gang te laten gaan en in de auto kwam het, totaal onverwachts. Tranen met tuiten. Loslaten heet dat, maar op dat moment vroeg ik me toch even af waarom hij niet gewoon lekker tot minimaal zijn 36e gezellig bij zijn moeder wil wonen.

En nu? Zijn kamer is behoorlijk leeg hier, maar mijn bloedje stuurt me gelukkig met enige regelmaat een whatsappje met vragen waarin hij toch nog even advies van zijn moeder heeft. Yes!

Er worden foto’s doorgestuurd van ‘lunches’ (ik zag alleen maar limoncello, maar dat terzijde) met vrienden en vriendinnen op een zonnig terras. Op mijn telefoon prijken inmiddels foto’s van het eerste wasje dat hij gedraaid heeft (met bijbehorende spierbal-emoji ..), van de veel te dure plant in hun woonkamer en het beeldige nieuwe wasrekje (héél belangrijk). De foto van de aparte bierkoelkast heb ik nog niet mogen ontvangen en ik heb zo’n vermoeden dat die ook niet gaat komen. Zomaar een onderbuikgevoel. Maar het maakt me blij en trots om te zien hoe goed ze het daar voor elkaar hebben.

Op mijn grote vraag hoe het met de studie gaat heb ik nog geen respons gekregen, bij gebrek aan tijd ofzo. Maar ik krijg wel updates door van het baantje dat hij inmiddels heeft geregeld om zijn huur te bekostigen en hoe ‘fucking’ blij hij is met het appje op de telefoon wanneer hij de planten moet bewateren. Prioriteiten mensen, prioriteiten.

Maar ik ben blij als mijn kind blij is en niets maar dan ook niets wijst erop dat het een verkeerde beslissing is geweest. Mijn kind is happy en ik geniet ervan. Nu alleen nog even dat ‘loslaten’. Ik kan het.

Life blog, wtf?

Mijn life blog, ehm.. de definitie van life is leven toch? O ja, dat is waar ook, daar ben ik mee bezig! Leven in een heel klein wereldje, dat dan weer wel, maar eigenlijk ben ik best gelukkig in mijn weiland. Maar het feit dat mijn zoon gisteren aan me vroeg of ik altijd tegen mezelf praat als ik werk, dat was toch even een klap in mijn smoel. Maar hij heeft gelijk.

Thuiswerken heeft zijn voordelen, maar ik ben dat spuuglelijke computerscherm op mijn eettafel zat en als ik koffie ga zetten vraag ik hardop aan mezelf hoe ik hem vandaag weer eens wil. Het antwoord is elke dag weer een desillusie, want een scheut rum en een klodder slagroom gaat hem niet worden om 10.00 uur ’s morgens en de latte gefabriceerd uit zelfgemaalde koffiebonen ook al niet. In plaats van naar de postkamer loop ik 2x per dag naar de wasmachine op zolder om te kijken of er misschien in de tijd dat ik met mijn hol op mijn keiharde hippe vintage schoolstoel zat, wat vuile was bijgekomen is. Of ik loop de tuin in om te kijken of zich al onkruid tussen de steentjes heeft gewurmd. Een uitje naar de wasmachine of een verdwaald grassprietje, hoe kansloos wil je het hebben. De discipline opbrengen om de hele dag achter mijn laptop te kruipen gaat me redelijk goed af want er ligt genoeg werk, maar met dat thuiswerken en het zonnetje in mijn tuin denk ik om 2 uur al aan het strand. En dan duurt het lang tot 5 uur kan ik je verzekeren.

Maar O wat ben ik blij dat we weer een beetje ‘los’ mogen. Jullie hadden het vast al vermoed, en inderdaad, ik was één van die mensen die 1 juni om klokslag 12 uur haar derrière nestelde op een terrasstoel en een wijntje bestelde, ook al zat de 3 nog lang niet in de klok. Fuck it, het voelde als een feestje.

Inmiddels hebben er ook al een aantal stranddagen de revue gepasseerd. O man, wat een happy moments: weer aan zee te kunnen zijn, zwemmen tussen de kwallen, zand tussen de bilnaad en plakkerig en rozig aan de bitterballen en biertjes bij de strandtent. Ik word er toch zo ontzettend gelukkig van.

Afgelopen week was ik 2 dagen aan zee in Castricum met een vriendin, 32 graden, een koele zee en een briesje. Wat wil een mens nog meer? Oké, iets minder wind was fijn geweest, want de goedkope parasolletjes klapten om de haverklap dubbel in een soort verwaaide palmboom met windkracht 9, maar dat deed niets af aan de gelukzaligheid van een stranddag. En eerlijk is eerlijk, halfnaakte mensen die over het strand achter hun weggewaaide pluutje aan rennen levert de nodige hilariteit op. Het opvouwen van de Decathlon-tentjes die in één vloeiende beweging ingeklapt moeten kunnen worden ook trouwens. Maar de mooiste momenten zijn die na 5 uur. Op een terras gaan hangen, degusteren en borrelen, voetjes in het zand en de gouden ploert zien ondergaan, dat is een heerlijkheid waar maar weinig tegenop kan.

En toch, ik vind het niet altijd gemakkelijk. Met een broertje in een verpleeginstelling die al maanden volledig van slag is, omdat hij ervan overtuigd is dat mijn moeder dood is. Of ik. Of we op zijn minst ernstig beroerd zijn met vreselijke koortsstuipen en andere enge ziekteverschijnselen. Gelukkig mogen we weer op bezoek in plaats van buiten achter een hek iets naar elkaar te moeten schreeuwen. De meegenomen chocolade hoeft inmiddels ook niet meer over het hek gemieterd te worden alsof je een aap voert in de dierentuin. Maar het kwaad is eigenlijk al geschied, hij is de weg kwijt geraakt in deze hele Corona-shit en het komt niet terug. Maar het is wat het is.

En nu ga ik weer even verder thuiswerken lieverds. De lunchpauze zit er weer op, de volgende call staat op de stoep en ik moet mijn koptelefoon ergens in deze chaos gaan zoeken. En ik ga even bedenken welke koffie ik erbij wil. Zou zomaar een simpele Nespresso kunnen zijn, die zit tenminste gegarandeerd in het assortiment..

De Corona-toer van Ruk & Pluk

Oké, ik zal eerst maar even uitleggen wie Ruk en Pluk zijn, ik denk dat dat zinvol is, Ruk & Pluk klinkt namelijk best ranzig. Ruk is mijn partner in crime Mike, die ooit in Maastricht tegen een kroegbaas uitvoerig oreerde over café Ruk & Pluk in Amsterdam. Op de tafel die we voor later die avond gereserveerd hadden voor een asperge-climax prijkte een reserveringbordje met de tekst: Familie Ruk en Pluk. Ziedaar, het komisch duo Ruk en Pluk was geboren.

Verleden week ging ik met Ruk weer eens een dag door Amsterdam slenteren, zoals we dat af en toe doen als we bij willen ouwehoeren en we toe zijn aan een middag verschrikkelijk veel schaterlachen. Want dat kunnen wij als geen ander, dezelfde humor en enige gêne is in geen velden of wegen te bekennen. En ik kan jullie verzekeren, een wandeling door de stad tijdens deze Corona-crisis is een verademing! Dus snel nog even doen voor de boel open gaat!

undefinedWe begonnen onze excursie in de Spuistraat, waar ik Mister Guide ontmoette die net zijn woeste Corona-lokken had verruild voor een keurig geknipte krullencoupe. De mazzelkont had al een afspraak staan, anders was het natuurlijk niet om aan te zien geweest. Daarnaast had ik ook nog een zelf in elkaar geflanst mondkapje van een oud Hans Ubbink overhemd meegenomen dus Ruk was extra dartel. Op de eerste de beste hoek bestelden we een coffee-to-go en op een bijna uitgestorven Dam kregen we het lumineuze idee om toch maar even langs de Bijenkorf te gaan. Die coffee-to-go blijft tenslotte niet eeuwig ergens hangen. Dat leek ons een beter idee dan de broek laten zakken in één of ander steegje. Helaas, ‘plee gesloten’ stond er op het bordje voor de draaideur dus dat werd nog een uitdaging voor de blaas en de sluitspieren. Maar dat kunnen wij. Niet aan denken, niet te hard lachen en stoïcijns door naar De Wallen.

De Wallen zijn omgetoverd van sex, druks en rock&roll walhalla naar een bijna apocalyptisch tafereel, maar wat een genot om hier te lopen, niet te struikelen over naar bier stinkende Engelsen, wietdampen die verruild waren voor de geur van verbouwingen. De sexclubs die aan een grondige renovatie bezig waren, de rode lampen die brandden maar op de aftandse bureaustoelen voor de ramen zat niemand. Een verdwaalde man zocht kansloos nog naar een open gordijntje.

Op de Nieuwmarkt kochten we bij een warme bakker een overheerlijk broodje en terwijl we op een betonnen bankje ons broodje zaten te verorberen genoten we van deze bijna lege stad. Bij het weggaan kreeg ik een glimlach toegeworpen van een Amsterdammer die op zijn fiets voorbij stoof. Mijn dag kon niet meer stuk.

Vlakbij de Hortus stonden we stil voor een brugwachtershuisje die blijkbaar door de hele stad te huur zijn. Wat een uitvinding, we hebben gelijk afgesproken dat we dat een keer gaan exploreren en heel decadent op het miniscule terrasje aan de droge wijn gaan. Hopelijk zit daar wél een toilet in..

Vlakbij Artis werd het tijd voor een ijsje en terwijl we tegenover de ingang van de dierentuin ons bakje ijs stonden weg te scheppen bleek Ruk last te hebben van hielspoor. Lekker op tijd gemeld, na 3 uur wandelen… En het Centraal Station was nog niet in zicht. Maar Ruk zeurt niet en slenterde gemoedelijk op zijn nette leren patta’s mee over het Entrepotdok. Het idee dat ik er ooit bijna gewoond had maar het afgeslagen heb, man, man, ik ben een kei in slechte keuzes.

Voor het eerst zag ik dat er een enorm terras boven op het NEMO-museum is. Een paar toeristen stonden selfies te maken voor de gesloten poort. De desillusie is vast te zien op de foto’s. Nog even en het terras is weer open en de gringo’s gaan weer toestromen. Nog heel even genieten van de schoonheid van Amsterdam voor de hel weer los barst.

In een onverwachts volle trein zit ik, net als zoveel anderen met een mondkapje op te knijpen, want de koffie begint nu toch wel redelijk zijn dieptepunt te bereiken. Ik had het niet willen missen. Amsterdam, wat ben je betoverend tijdens Corona.

Een droog begin

Januari was zo droog dat ik bijna verschrompelde maar 31 januari, wat hou ik van je. Het einde van deze oersaaie en schrale januari-maand. Dry January, jeeeey.. Het zou een maand worden waarin ik steevast de BOB zou zijn zodat ik niet kón drinken, omdat ik anders onherroepelijk over de schreef zou zijn gegaan. Pfff ik vond het al grote bullshit, zo’n alcoholvrije maand als je de overige 11 maanden klakkeloos en met enige regelmaat een wijntje of een biertje erin dondert. Maar ik heb het toch uitgetest, ze zeggen dat het ergens goed voor is maar waarvóór dan? Ik ben er nog niet helemaal uit. Ik merk er in ieder geval (nog) geen zak van, mijn velletje ziet er niet ineens uit als die van een 25-jarige en van de beloofde spierpijn die uit zou blijven heb ik ook geen flikker gemerkt. En dat beter slapen? Nèhh, volledig kansloos. De positieve effecten op de vetbalans zodat ik me stiekem een beetje verheugde op het lijf van een slanke sla-spijker? Hahaha fuck dat, ik val af omdat ik minder zooi mijn snavel inprop en me minstens 4 keer per week toetakel op de sportschool. En dat goddelijke lijf? Daar heb ik nog steeds de Velthuis-kliniek voor nodig en een stuk of wat specialisten die kunnen snijden, zuigen en spuiten. Zo, dat is gezegd.

Niet dat ik me strikt aan die kurkdroge maand heb gehouden hoor, dus uiteindelijk ben ik toch één van die loosers die die hele onzin met een korrel zout heeft genomen, maar hé, de intentie was er. Ik heb deze maand zomaar iets van 4 wijntjes naar binnen gekieperd, dus jáhaaaa ik weet het, de discipline van een mislukte carrièretijger. Maar ik vind dat ik best hele goede argumenten gehad heb om een beetje te sjoemelen: een afscheidsetentje van een collega, een duur flesje wijn die ik opengetrokken had voor mijn moeder maar waarvan het té zonde was om hem te laten kapseizen in de gootsteen en ook nog ergens (zomaar, omdat ik er zin had) een glas tussendoor naar binnen gekieperd. Die ruggegraat van mij is van elastiek, enorm flexibel vind ik hem. Dat dus. Drogredenen genoeg op de plank zeg maar.

Broodnuchter en bij mijn volle verstand proberen blogs te schrijven, het gaat me niet zo goed af moet ik eerlijk bekennen. Je maakt niks mee zo hè, in zo’n maand waarin ik de brandstof mis waardoor sommige situaties nét even iets leuker worden.

Afgelopen week had ik zo’n voorvalletje waarover ik normaal gesproken nog zou kunnen lachen ook. Nu niet dus. Dat ik naast mijn kauwgom spontaan een hele kies in mijn klep had, ik vond het niet grappig. Die kies bleek ook nog eens volledig gevuld te zijn met goud en onderuit stak een barbaars ijzeren pinnetje. Stomverbaasd was ik, want niemand had me ooit verteld dat ik een implantaat had. Het zal ooit door één of andere louche tandarts verkocht zijn als kroon maar ik heb zo’n vermoeden dat de factuur die naar de verzekering is gegaan iets heel anders heeft vermeld. Godzijdank was dat voor de periode van de vrijwillige bijdrage.

Tot overmaat van ramp was mijn eigen tandarts ook nog eens lekker een week in de witvlokkige ijskristallen zijn kunstjes aan het doen, dus de vervangende tandarts heeft er gelijk een slaatje uit geslagen denk ik zo. Hij vond het namelijk broodnodig om een imposante fotosessies van mijn kwebbel  te maken en allerlei andere dure en dubieuze fratsen uit te voeren. En ik hield mijn mond want het praat zo moeilijk met 3 ijzeren voorwerpen en 4 vingers in je bakkes hè? De kies is teruggeplaatst, ik mocht naar huis met een goor watje geklemd tussen mijn kiezen en mijn bonus zal waarschijnlijk in het putje dat CZ heet verdwijnen. Het zou me niet verbazen.

Ik vind het tijd om mijn verdriet af te toppen met een glaasje wijn. Ik ga een Neropasso scoren, die droge januari zit er toch bijna op. Op naar de kletsnatte februari, cheers!