Een droog begin

Januari was zo droog dat ik bijna verschrompelde maar 31 januari, wat hou ik van je. Het einde van deze oersaaie en schrale januari-maand. Dry January, jeeeey.. Het zou een maand worden waarin ik steevast de BOB zou zijn zodat ik niet kón drinken, omdat ik anders onherroepelijk over de schreef zou zijn gegaan. Pfff ik vond het al grote bullshit, zo’n alcoholvrije maand als je de overige 11 maanden klakkeloos en met enige regelmaat een wijntje of een biertje erin dondert. Maar ik heb het toch uitgetest, ze zeggen dat het ergens goed voor is maar waarvóór dan? Ik ben er nog niet helemaal uit. Ik merk er in ieder geval (nog) geen zak van, mijn velletje ziet er niet ineens uit als die van een 25-jarige en van de beloofde spierpijn die uit zou blijven heb ik ook geen flikker gemerkt. En dat beter slapen? Nèhh, volledig kansloos. De positieve effecten op de vetbalans zodat ik me stiekem een beetje verheugde op het lijf van een slanke sla-spijker? Hahaha fuck dat, ik val af omdat ik minder zooi mijn snavel inprop en me minstens 4 keer per week toetakel op de sportschool. En dat goddelijke lijf? Daar heb ik nog steeds de Velthuis-kliniek voor nodig en een stuk of wat specialisten die kunnen snijden, zuigen en spuiten. Zo, dat is gezegd.

Niet dat ik me strikt aan die kurkdroge maand heb gehouden hoor, dus uiteindelijk ben ik toch één van die loosers die die hele onzin met een korrel zout heeft genomen, maar hé, de intentie was er. Ik heb deze maand zomaar iets van 4 wijntjes naar binnen gekieperd, dus jáhaaaa ik weet het, de discipline van een mislukte carrièretijger. Maar ik vind dat ik best hele goede argumenten gehad heb om een beetje te sjoemelen: een afscheidsetentje van een collega, een duur flesje wijn die ik opengetrokken had voor mijn moeder maar waarvan het té zonde was om hem te laten kapseizen in de gootsteen en ook nog ergens (zomaar, omdat ik er zin had) een glas tussendoor naar binnen gekieperd. Die ruggegraat van mij is van elastiek, enorm flexibel vind ik hem. Dat dus. Drogredenen genoeg op de plank zeg maar.

Broodnuchter en bij mijn volle verstand proberen blogs te schrijven, het gaat me niet zo goed af moet ik eerlijk bekennen. Je maakt niks mee zo hè, in zo’n maand waarin ik de brandstof mis waardoor sommige situaties nét even iets leuker worden.

Afgelopen week had ik zo’n voorvalletje waarover ik normaal gesproken nog zou kunnen lachen ook. Nu niet dus. Dat ik naast mijn kauwgom spontaan een hele kies in mijn klep had, ik vond het niet grappig. Die kies bleek ook nog eens volledig gevuld te zijn met goud en onderuit stak een barbaars ijzeren pinnetje. Stomverbaasd was ik, want niemand had me ooit verteld dat ik een implantaat had. Het zal ooit door één of andere louche tandarts verkocht zijn als kroon maar ik heb zo’n vermoeden dat de factuur die naar de verzekering is gegaan iets heel anders heeft vermeld. Godzijdank was dat voor de periode van de vrijwillige bijdrage.

Tot overmaat van ramp was mijn eigen tandarts ook nog eens lekker een week in de witvlokkige ijskristallen zijn kunstjes aan het doen, dus de vervangende tandarts heeft er gelijk een slaatje uit geslagen denk ik zo. Hij vond het namelijk broodnodig om een imposante fotosessies van mijn kwebbel  te maken en allerlei andere dure en dubieuze fratsen uit te voeren. En ik hield mijn mond want het praat zo moeilijk met 3 ijzeren voorwerpen en 4 vingers in je bakkes hè? De kies is teruggeplaatst, ik mocht naar huis met een goor watje geklemd tussen mijn kiezen en mijn bonus zal waarschijnlijk in het putje dat CZ heet verdwijnen. Het zou me niet verbazen.

Ik vind het tijd om mijn verdriet af te toppen met een glaasje wijn. Ik ga een Neropasso scoren, die droge januari zit er toch bijna op. Op naar de kletsnatte februari, cheers!

Het loterij-meisje

Ik heb een rete schreeuwerige deurbel. Zo eentje die klinkt alsof de hel bij de voordeur zojuist is losgebarsten en ik als de sodemieter met mijn life support-pakketje de bunker in moet duiken.  Trrrringggg! Jaaaa, we hebben er weer één! Shit, ik had toch die sticker moeten plakken.

Voor mijn neus staat een stuiterend grietje van een jaar of 20 met een glimlach van oor-tot-oor terwijl het buiten fucking koud is en de miezerregen al uren non-stop uit de lucht komt vallen. “Halloooooo, ik kom u een gratis lot brengen van de Vriendenloterij! Leuk hè en gefeliciteerd!” En gelijk gaan al mijn voelsprieten op stand ‘gevaar’ want ‘gratis’, daar hangen voorwaarden aan. Gratis my ass. Waarschijnlijk zit ik, als ik hierin meega, vast aan 86 pingpongballen, 2 draken en een gratis consult voor borstimplantaten.

Maar goed, omdat ik het enthousiaste meisje niet de deur in haar schattige smoeltje wil gooien, hoor ik haar heuglijke nieuws toch maar even aan. In mijn hoofd komen tegelijkertijd visioenen voorbij en de paniek slaat genadeloos toe. Waaraan moet ik die tonnen in godsnaam erdoor gaan jagen? Reisje naar de Caño Cristales in Colombia, of tóch maar Macchu Picchu, of die klassieke VW-bus? De keuzestress is nu al niet meer te overzien mensen.

Ze duwt haar legitimatie onder mijn neus en ik weet niet hoe het bij jullie zit, maar in de schemer had ze net zo goed een stuk pleepapier onder mijn neus kunnen duwen, dus ik laat het voor wat het is. Blij dondert ze haar relaas over me heen en hoe meer ze praat, hoe liever ik haar vind. Haar natte haren druppelen op haar tablet en met de mouw van haar jas doet ze verwoedde pogingen om haar I-padje enigszins droog te houden.

Het PABO-meisje (ja dat had ik al uit haar gevist) licht me in een sneltreinvaart even alle voorwaarden toe die niet direct binnenkomen bij me. Helemáál niet, eigenlijk. Wat ik kan winnen? Geen flauw idee, maar ik ga uit van enkele tonnen. Moet kunnen toch? Geld zat, die loterij-loeders. Het meisje drukt me op het hart dat ik mijn mail in de gaten houd want ik krijg binnenkort een berichtje waarin ik kan aangeven of ik wil stoppen met mijn gratis maandelijkse utopie. ‘Daar ga je al’, denk ik bij mezelf, want zodra ze vertelt heeft wanneer ik moet annuleren ben ik deze datum ook gelijk weer… juist ja, vergeten. En je kunt er gif opnemen dat dat kloterige mailtje in mijn spamfolder terecht komt en ik de hele inhoud van deze irritante folder ongelezen in de prullenbak knikker, natuurlijk inculsief het mailtje van het aardige meisje. Naar verwachting ben ik dus het komende jaar de trotse bezitter van een Vriendenloterij-lot.

Even later kijk ik door het keukenraam en zie ik dat de overburen het inmiddels doorweekte grietje negeren. Hun deur blijft hermetisch gesloten dus ze hebben vast niet zo’n afgrijselijke deurbel. Kleine moeite om het meisje even te vertellen dat ze geen vriendenlot willen en überhaupt geen vrienden hebben. Ik heb de neiging nog 6 loten te kopen en straks, als ik die hoofdprijs in de wacht heb gesleept, een vette klassieke Volkswagen-bus op hún parkeerplaats te stallen met een logo van de Vriendenloterij in gigantisch grote neonletters er bovenop. Het meisje kijkt nog even mijn kant op en steekt een duim omhoog. Ze blijft lachen.

En nu heb ik dus een gratis lot. Het meisje hoopt dat ik win. Ik ook. Wat een lucky bastard ben ik toch.

Komkommer met een dipje..

1 januari was een waardeloze dag om de balans op te maken van de mentale en fysieke status van 2019. (Dit moet ik even onthouden voor volgend jaar..) Ik had me begin november voorgenomen dat ik 6 kilo af wilde vallen, ik hoef er nu nog maar 9. What the fuck happened?

Oké, een burn-out en nekhernia’s hebben me lam gelegd, maar man, wat heb ik het lang weten te rekken. Een paar jaartjes zeg maar en nee, ik ben er niet trots op. Dat sporten van verleden jaar was een kansloze missie als je daarmee de overmatige alcoholinname vergezeld van te veel gezellige etentjes en kroegbezoekjes probeert recht te trekken. Tijd om de boel volledig op zijn kont te gooien en mezelf een schop onder mijn krent te geven. En ik zou ik niet zijn als ik daarin dan ook niet gelijk volledig doorsla. Jullie weten het inmiddels, geen rem hè?

Ik heb direct een 14-maanden abonnement voor een godsvermogen binnen gesleept (schuld van vriendin, want ik kan natuurlijk geen ‘nee’ zeggen als het erop aankomt). De 0-meeting op de sportschool was kak, wat een waardeloze reality-check die ze even in de vorm van een kassabonnetje aan je meegeven alsof het niks is (*#@**%!). Barbaren.. Dus ik heb de eerste periode gelijk wekelijks 5 dagen mijn lijf gestort op hardloop- en andere sadistische apparatuur, burn- en powerlessen gevolgd en mezelf in onmogelijke poses geprobeerd te vouwen. De pijn van de verzuring, ik hou ervan, ik heb het stiekem enorm gemist.  Ik voel me fucking stoer dat ik weer met mijn bidonnetje en mijn nieuwe handdoekje door de sportschool dwarrel.

Dat dat gevoel helaas steeds weer even wegebt als ik met dunne meisjes van pak-em-beet 23 het zweet van mijn lichaam probeer te douchen neem ik voor lief. Weg euforie want heb je enig idee hoe lastig douchen het is met ingehouden buik en je probeert je enkels te wassen zonder dat je tieten hangen? Nou, ik kan je verzekeren dat dat al een sportieve prestatie op zich is. Toch weer 63 kcal. Jezus wat wordt er veel gevraagd van mijn lenigheid. Maar als ik dan de sportschool uitloop met mijn gratis sporttasje (ja gratis, ook al kost het abonnement een godsvermogen) en de koude wind door mijn natte haren voel ben ik blij en vind ik mezelf zomaar ineens weer een hartstikke stoer wijf.

De grotere uitdaging zit in het aanwippen bij mijn vriend die Jumbo heet. Ik vul braaf mijn mandje met pizzabodems van gedroogde courgette, bospenen en zakken vol verse gember maar die kneitergroene pizza is niet weg te hachelen. Of je moet hem beleggen met vette gorgonzola, pecorino en taleggio en opfleuren met wat in olie gedrenkte olijven. O man, ik mis mijn rijk gevulde tortilla’s, volle stoofschotels en de weekend-wijntjes maar hang braaf aan de gemberthee en bospeentjes met een waterig yoghurt dipje *jeeeey!*. Mijn God, voor je het weet wordt ik zelf zo’n soja-sloerie die alleen organische lijnzaadkoeken en vega knakworsten op boekweitwafels achter de huig stopt. Nèh, denk het niet.

Maar schatten, deze zomer hang ik weer lekker (als skinny bitch hoop ik) bij Woodstock of in Noordwijk aan Zee ongegeneerd een bak tacos te schransen met een ijskoud Solletje. Deze keer zonder schuldgevoel. Let op mijn woorden.

Tot de volgende blog lieverds. Ik ga even zo’n goddelijk waterig stuk komkommer snacken en me mentaal voorbereiden op de Powerles. Heerlijk..

 

2019 – wat was dit?

Tja, en dan zit het jaar er weer op en is het weer eens tijd voor de eindejaarsoverpeinzingen van dit emowijf. En zoals elk jaar zit ik aan mijn grote tafel met een kop dampende koffie en een te vette oliebol naar de Top2000 te luisteren in mijn hardloopbroek en mijn oude Uggs. Dit wordt een uitdaging want Jezus wat was dit voor een jaar? Saai en chaotisch, dat was het. Meestal dan..

Mijn idee dat ik in 2019 Machu Picchu ging zien? Ehm… het werd een weekje Calpe in Spanje met mijn bejaarde moeder. Maar het was een bijzonder koester-momentje. Mijn mama, die met haar kleine reuma-lijfje na jaren nog eens de zee inging en zich als een volleerde diva elke avond in de rooftop-bar nestelde voor een cocktail, wat ben ik trots op haar. Dat ik een fiks weekend heb moeten herstellen omdat ik die hele week geen oog dicht gedaan heb heb ik graag voor lief genomen. Mooie week was het.

In maart overleed Daantje, onze prachtige dikke poes die 20 jaar bij ons heeft mogen zijn. Nu ligt ze in de tuin van Rik met een mooie struik erop. Ik hoop dat het ding aanslaat. En in september overleed mijn stiefmoeder totaal onverwachts. Ik had haar lang niet gesproken tot ze kort voor haar dood zomaar uit het niets belde. Zo plotseling als het contact kwam, zo plotseling verdween het ook weer. Een huis leeg halen in Limburg dat zo vol staat met kastjes met daarin 36 laatjes met daarin 43 doosjes met daarin dierbare spulletjes en vooral veel prullaria. Halleluja wat een feest. Mama heeft deze hele toestand mee mogen beleven en is nu alvast haar huis aan het opruimen. Omdat je maar nooit weet, zegt ze. De lieverd. Mijn demente broer die aanbood om te helpen, maar geen idee had wie er nou overleden was, mooi vind ik het. Dus lieve vrienden, waar zou ik zijn zonder jullie liefde en hulp.

Voor Wessel was het een bijzonder jaar. Althans dat vind ik, voor hem was het gewoon een jaar maar ik ben zijn moeder en moeders denken daar heel anders over. Hij heeft de middelbare school vaarwel gezegd met veel bier en mama met een lach en een traan. Mijn volwassen vent heeft zijn intrede gedaan op de VU. Dat onze psycholoog-in-spé naast zijn studie nog zoveel tijd vindt om zo min mogelijk technofeesten in louche loodsen over te slaan en zijn tentamens nog goed weet te maken ook, ik vind het knap. Ik geniet van onze gesprekken over zijn studie, ik leer mee en verwonder me. Na 3 1/2 jaar zijn zijn vriendinnetje en hij uit elkaar. Ik ben trots op hoe liefdevol ze nog steeds met elkaar omgaan. Daar kunnen volwassenen nog wat van leren. Maar ik mis haar, ik mis het geluid van hun lachen boven, het gekeutel samen op de badkamer, de enthousiaste gesprekken over hun studies en het nachtelijk gestommel als ze thuis kwamen van weer een feestje. Het is mooi geweest en ik ben fucking trots op ze.

En dan waren daar dit jaar de de concerten, de live muziek, dansen op het strand, hangend bij een strandtent de zon zien ondergaan, de avondjes met vrienden en teveel wijn. O man, wat was ik dan extra blij. Maar voor nu,  nog steeds geen idee of ik bij het bedrijf waar ik al 13 jaar zit kan blijven, de reorganisaties gaan gewoon door. 2020 wordt een spannend jaar, maar kom maar op, ik kan je hebben.

Hmm, als ik het zo lees, dan was dit jaar toch minder saai dan gedacht. Dus lieverds, ik wens jullie voor 2020 heel veel liefde, koester de mooie dagen en leer van de klote-dagen. Let the bubbles flow en maak er een onvergetelijk jaar van!

Veel liefs en een hele dikke kus van mij. X

Oh lovely *December..*

Zit je er bijna op, December? Ik vind jou namelijk een maand van niks. Althans de meeste dagen vind ik ronduit ruk, maar dat mag voor vrienden geen verrassing zijn. Ik transformeer deze maand steevast van minnelijke chick in Statler en Waldorf uit de Muppetshow. Wees voorbereid.

kantoorkerst

Op het werk is het superdruk deze weken, het kantoor is weer versierd met aftandse koperkleurige slingers en overige reutemeteut die iedereen zo snel mogelijk uit zijn eigen huis wil hebben. Aan mijn computer hangt een plastic kerstboompje dat van kleur verandert als ik werk. Gekregen van een collega, samen met een plastic kersster in een potje. Omdat het zo gezellig is.. Voor de ramen hangt een lichtjesgordijn waarvan de helft van de lampjes zijn overleden. Armoe troef hier. Maar wat is het kneuterig lekker op kantoor hè?

Op Facebook wordt ik overladen met foto’s van kerstbomen. Ze zien er allemaal hetzelfde uit, groene bomen vol gepleurd met een overdaad aan lichtjes, want hé, dat is gezellig hè? Wat er verder inhangt is door de lichtvervuiling niet eens te onderscheiden. O het gaat om het omgetoverde sinaasappelkistje eronder? Waar die ooit door de kinderen zelf gekleide poppetjes en mislukte ezels en kamelen in hangen? Zeg dat dan! Scheelt me zoveel inzoomen op niks. Laten jullie ook nog een foto zien op 5 januari? Als de piek er inmiddels 6x uit geflikkerd is en de punt ontbreekt, de boom nog nét niet is overleden, de helft van de lampjes het hebben opgegeven en jullie nog dagen bezig zijn om de naalden uit het kleed te pulken? Of is dat iets dat alleen mij overkomt? En ik heb niet eens een piek maar de chaos blijft in mijn geval hetzelfde.

Eerste kerstdag is het feest pas écht compleet, dan mag ik weer gezellig aan het kerstdiner. Om 4 uur welteverstaan want mijn gehandicapte broer is rond zessen zo moe dat hij met gierende banden terug wil naar de instelling om zijn verstelbare sponde op te zoeken. En ik ben bang dat ik wederom de gehandicaptenbus mag besturen dus die wijn kan ik ook wel afschrijven. Eten moet op tijd want zo ergens rond de klok van vijf beginnen zijn spasmen, dus we zorgen er in elk geval voor dat de soep er dan alvast inzit. Gelukkig kan hij er zelf ook om lachen, de schat. Ik krijg al 2 maanden mailtjes van de lieverd dat we als verrassing voor mama een bonte vaas moeten kopen voor kerst en mama staat steevast in de CC ingekopieerd. Dus ik moet nog op zoek naar een passend cadeautje ook, die vaas gaat hem niet worden.

Ik snap dat overmatige geschrans met kerst sowieso niet. Het hele jaar door kom ik meestal niet veel verder dan een hoofdmaaltijd, maar met kerst moeten we zo nodig minimaal 5 gangen door de sleuf drukken want dat is chique. Na de tweede gang mag de hele familie alvast de broek onder tafel open gooien want er liggen nog zo’n gang of 3, 4 in het verschiet en de bisque vulde nét iets meer dan verwacht. En voor je het weet kijk je tegen het randje aan van een kerst-slip waarop een lodderig kijkende Rudolf prijkt. Ik vind het rete chique. O wat zou ik graag in mijn sleetse joggingbroek binchwatchen voor de buis met een paar hapjes, een zak kersenbonbons en een goede fles wijn.

Maar er is hoop voor mij en deze maand. Écht! Ik blijf optimistisch.. Ik hou van de kerstperiode als ik door de Jordaan kan slenteren in de avond. Als ik langs de verlichte grachten struin en het schijnsel van honderden sterrenlichtjes door de ramen glinstert, als het koud is en ik bij Fokkink buiten in het knusse steegje met zielsverwanten een likeurtje sta te fleppen om warm te worden. En als tweede kerstdag ten einde loopt ben ik blij dat ik de kerst weer heb getrotseerd. Dan is iedereen de deur uitgewerkt en kunnen de verplichtingen samen met de restanten van de kerstmaaltijd worden afgevoerd. Tijd om mijn 13e maand te gaan verteren. Dan ben ik happy.

Na vandaag nog 6 dagen werken en dan ben ik ruim twee weken vrij. Oh lovely december. Er zijn dagen dat ik echt fucking veel van je hou.

Psychologie, wat een feest

Wessel is begonnen aan zijn studie Psychologie en wat een enthousiasme komt er uit dat kind zeg. Ik zou zeggen, hou dat vooral vast joh. Tot nu toe is volgens mijn psycholoog-in-spé werkelijk alles interessant en hij praat erover alsof het allemaal toch duidelijke taal is? En ik? Ik probeer de nieuw verworven informatie te begrijpen maar snap er soms geen zak van.brein
Dagelijks word ik om de oren geslagen met onuitspreekbare termen waar ik geen reet van begrijp terwijl ik me ooit in een ver verleden ook vol fanatisme op arbeids- en organisatiepsychologie heb gestort. Poef! Weg! Ik ben het kwijt, al die info. Die vergeetachtigheid baart me enigszins zorgen, de selectieve informatie-opslag ook. De mededeling van Wessel dat er een kroeg in de VU zit waar het bier maar een euro kost, is info die ik dan weer wel in mijn hoofd opsla. Ik begin te vrezen voor een één of andere stoornis waar ik zelf nog geen weet van heb en daardoor ook gelukkig weer snel vergeet.

Hij is druk doende om zich binnen te werken bij de feestcommissie (what else?) en is keihard aan het netwerken, want hoe eerder hij woonruimte in Amsterdam kan bemachtigen, hoe beter. Dichter bij de bron wonen is altijd goed. Ik vermoed dat de bron in dit geval voornamelijk de louche feestlocaties zijn, maar ik kan het mis hebben.
Nehhhh….., denk het niet. Maar goed, in de tussentijd verzamel ik, als gedegen moederkloek, allerlei rommel en stop ze in dozen. “Voor je uitzet”, vertelde ik hem, en hij keek me wazig aan en vroeg: “Uitzet? Wat is dat? Heb ik dat nodig?” Dan sta je daar met je goeie gedrag potten, pannen en handdoeken-sets in dozen te proppen. Kansloos.

Zijn gratis OV is een blessing met een vriendinnetje die een stuk verder woont, maar ook zij studeert in Amsterdam en wil zo snel mogelijk verkassen. En Wessel hobbelt mee naar de studentenborrels in het AMC dus die OV is keihard nodig, want ook daar is het bier in de aanbieding.
Dat er naast studeren en werken nog zoveel tijd is om te feesten voor die twee, ik vind het knap. Onvermoeibaar zijn ze en waar is die tijd gebleven dat ik zelf kon stappen tot vroeg in de ochtend en niet minimaal 3 dagen nodig had om zowel fysiek als mentaal bij te trekken?

En toch is het mooi. In gedachten zie ik mijn volwassen kerel door de Uni lopen, in de overvolle collegezaal zitten of nog even de stad in gaan met zijn nieuwe studievrienden. Kleine kinderen worden snel volwassen. Wessel heeft zijn eigen leven en ik vind het mooi en moeilijk tegelijk.
Terwijl ik dit blog schrijf vraag ik me af hoe lang het gaat duren tot ik door mijn kind gediagnosticeerd wordt met een of andere persoonlijkheidsstoornis en er een groot label op mijn voorhoofd wordt geplakt. Maar dat duurt nog wel even denk ik. Voorlopig kan ik nog met een gerust hart dat sensitieve emowijf zijn zonder verwijsbrief naar één van zijn toekomstige collega’s.

Ik tel mijn zegeningen.