Angeli schrijft


Een reactie plaatsen

Psychologie, wat een feest

Wessel is begonnen aan zijn studie Psychologie en wat een enthousiasme komt er uit dat kind zeg. Ik zou zeggen, hou dat vooral vast joh. Tot nu toe is volgens mijn psycholoog-in-spé werkelijk alles interessant en hij praat erover alsof het allemaal toch duidelijke taal is? En ik? Ik probeer de nieuw verworven informatie te begrijpen maar snap er soms geen zak van.brein
Dagelijks word ik om de oren geslagen met onuitspreekbare termen waar ik geen reet van begrijp terwijl ik me ooit in een ver verleden ook vol fanatisme op arbeids- en organisatiepsychologie heb gestort. Poef! Weg! Ik ben het kwijt, al die info. Die vergeetachtigheid baart me enigszins zorgen, de selectieve informatie-opslag ook. De mededeling van Wessel dat er een kroeg in de VU zit waar het bier maar een euro kost, is info die ik dan weer wel in mijn hoofd opsla. Ik begin te vrezen voor een één of andere stoornis waar ik zelf nog geen weet van heb en daardoor ook gelukkig weer snel vergeet.

Hij is druk doende om zich binnen te werken bij de feestcommissie (what else?) en is keihard aan het netwerken, want hoe eerder hij woonruimte in Amsterdam kan bemachtigen, hoe beter. Dichter bij de bron wonen is altijd goed. Ik vermoed dat de bron in dit geval voornamelijk de louche feestlocaties zijn, maar ik kan het mis hebben.
Nehhhh….., denk het niet. Maar goed, in de tussentijd verzamel ik, als gedegen moederkloek, allerlei rommel en stop ze in dozen. “Voor je uitzet”, vertelde ik hem, en hij keek me wazig aan en vroeg: “Uitzet? Wat is dat? Heb ik dat nodig?” Dan sta je daar met je goeie gedrag potten, pannen en handdoeken-sets in dozen te proppen. Kansloos.

Zijn gratis OV is een blessing met een vriendinnetje die een stuk verder woont, maar ook zij studeert in Amsterdam en wil zo snel mogelijk verkassen. En Wessel hobbelt mee naar de studentenborrels in het AMC dus die OV is keihard nodig, want ook daar is het bier in de aanbieding.
Dat er naast studeren en werken nog zoveel tijd is om te feesten voor die twee, ik vind het knap. Onvermoeibaar zijn ze en waar is die tijd gebleven dat ik zelf kon stappen tot vroeg in de ochtend en niet minimaal 3 dagen nodig had om zowel fysiek als mentaal bij te trekken?

En toch is het mooi. In gedachten zie ik mijn volwassen kerel door de Uni lopen, in de overvolle collegezaal zitten of nog even de stad in gaan met zijn nieuwe studievrienden. Kleine kinderen worden snel volwassen. Wessel heeft zijn eigen leven en ik vind het mooi en moeilijk tegelijk.
Terwijl ik dit blog schrijf vraag ik me af hoe lang het gaat duren tot ik door mijn kind gediagnosticeerd wordt met een of andere persoonlijkheidsstoornis en er een groot label op mijn voorhoofd wordt geplakt. Maar dat duurt nog wel even denk ik. Voorlopig kan ik nog met een gerust hart dat sensitieve emowijf zijn zonder verwijsbrief naar één van zijn toekomstige collega’s.

Ik tel mijn zegeningen.


1 reactie

Verwende draken

Dan zit je daar, een beetje relaxt met je wijntje op een strandkleed te kijken hoe andere mensen zich vermaken. Om je heen alleen maar  meerderjarigen en één groepje beachbabes met een klein meisje in roezel-bikini. Het meisje jengelt aan één stuk door terwijl haar mama druk door tettert met haar BFF, onderwijl zorgvuldig de make-up bijwerkend  terwijl het 38 graden is. (Jahaa, nutteloze info maar wilde het toch delen). Maar mama komt blijkbaar niet snel genoeg aan de wensen van de kleine heks tegemoet, dus het krengetje begint oorverdovend haar stembanden uit te rekken. Als klap op de vuurpijl wordt er een hoop zand in mama’s kwebbel gesmeten. Slim feeksje, aandacht gewekt van mama dus dat wordt scoren! Ik zou zeggen, oppakken die hap, even het koude zeewater in en afkoelen.

schreeuwerdMaar nee, mama zet haar Ibiza-hoed af, doet een greep in haar koelbox en tussen de flessen wijn duikt ze nog iets op waarmee ze haar kind denkt te paaien. De kleine feeks is inmiddels vuurrood van het geschreeuw en onvermurwbaar want het mini-mevrouwtje wil een groot ijsje. Dus mama trekt haar portemonnee uit de hippe strandtas, pakt het steeds harder krijsende secreet bij de hand en huppelt sussend richting de ijskar. De enorme Magnum, of iets in de richting,  die ze vervolgens krijgt is niet de juiste smaak dus het ding wordt met nog meer gekrijs zo in het zand geflikkerd. Serieus, ik zag het gebeuren en zat met open mond dit spektakel te aanschouwen. (Geen fraai gezicht bedenk ik me nu, die open snavel en een glas wijn in de handen..). Het volgende ijsje wordt besteld, ook niet helemaal wat de prinses wil, maar mokkend likt ze eraan en druipt af. Vervolgens kruipt ze op de schommel en mama wordt, alweer met enorm gebrul, gesommeerd haar te duwen. Ik heb het met gekromde tenen aangekeken, de imposante machtsvertoning van deze 4-jarige helleveeg. Dat hele tafereel heeft zo’n uur geduurd en ik had de prinses het liefste in een mui gedreven. Zonder bandjes.

Ik stoorde me mateloos aan deze verwende prinses, maar bedacht me op hetzelfde moment dat die moeder een schop onder haar hol (maatje 36, dat dan weer wel…) nodig heeft en niet dat kleine meisje. Ik miste wat corrigerende skills, maar wellicht was het wel gewoon een gesloopte moeder die geen energie meer had om het gevecht met deze draak aan te gaan.  Chapeau voor zo immens veel geduld. Ben ik nou zelf zo’n secreet van een moeder dat ik mijn kind de keuze zou hebben gegeven tussen een Raketje of helemaal geen ijsje? En dat hij ook prima zelf kan schommelen als het 38 graden is? En dat gekrijs en gemok bij mij vooral averechts werkt? Makkelijk lullen heb ik, die fase heb ik gehad en doorstaan en ja, ook met voldoende zwakke momentjes, helaas alleen nooit met maatje 36.

Vergis je niet, ik heb geen voorbeeldig kind die als kleuter alleen maar lief en schattig was. Want ja, ook ik heb keihard meegedaan aan deze pamper-cultuur. Ik heb hem met enige regelmaat ook verwenst naar een plek ver weg achter het behang. En ook híj heeft heus weleens de hele Albert Heijn bij elkaar geschreeuwd omdat ik boos werd dat hij een bloemkool met veel geweld in de flessen-automaat probeerde te proppen. Ik kon woest worden om al die keren dat hij vol overtuiging meedeelde zijn zorgvuldig gesmeerde boterhammetjes opgegeten te hebben, maar ze stiekem steevast door de brievenbus naar buiten schoof (wat je niet ziet is er ook niet hè?). En voor woeste mama’s moet je oppassen, dus de keren dat hij zo erg uit zijn plaat ging dat hij aan het zuurstof moest, ik kan ze op één hand tellen.

Ik vind het wat, die pamper- en verwen-cultuur. Ik voorzie grote problemen als deze kinderen straks in de keiharde zakenwereld terecht komen waar ze voor zichzelf moeten opkomen, hun eigen rug moeten dekken en er geen mama of papa is die de problemen wel voor ze fikst.

Gelukkig gaat mijn kind Psychologie studeren. Kan ie lekker zelf zijn problemen analyseren. En aan klanten straks geen gebrek vermoed ik zo..