Loslaten

Nou, dat hebben we gefikst hoor. Al 2 weken is hij onder het dictatoriale juk van zijn ouders uit. Mijn apegatje, die 20 jaar zomaar heeft laten voorbij vliegen alsof het er 5 waren. De snotneus. Eindelijk weg uit Verveelnis (zo’n pittoresk dorpje ergens tussen Utrecht en Amsterdam) waar hij, ondanks alles, ontzettend heeft genoten van zijn jeugd en pubertijd. Maar de verleiding van de grote stad lonkt en ik snap dat als geen ander.

Eerlijk gezegd, het is best een beetje onwennig, zo’n kind dat niet zomaar binnen komt kuieren. O, wat heb ik het gestimuleerd om op eigen benen te gaan staan, zelfstandig te worden en vooral heel veel te genieten van het studentenleven in Amsterdam. Ik kijk soms met weemoed terug naar mijn eigen tijd in Amsterdam, de bedrijvigheid van een grote stad is in dit dorp fucking ver te zoeken. Ik begrijp dus donders goed dat je die kans met twee handen aan moet grijpen, zeker als je jong bent. En hoe fijn is het als je die kans aangereikt krijgt door betaalbare woonruimte te vinden samen met een stel goede vrienden.

De eerste dag van zijn ‘vrijheid’ heb ik mijn moeder- en zorgrol godzijdank nog een beetje weten te rekken door te helpen met schoonmaken, latex van de badkamervloer te pulken en Ikea-gordijnen op te hangen. En ik heb nog één keer, uit nostalgisch oogpunt, zijn bed mogen opmaken. Hallelujah! Maar nadat ik écht, écht het allerlaatste miniscule latex-druppeltje van de badkamervloer had gepeuterd moest ik mijn apegatje uiteindelijk toch achterlaten. Ik heb me de flat uit gesleept met mijn stofzuiger en wonderdoekjes om ze een beetje hun gang te laten gaan en in de auto kwam het, totaal onverwachts. Tranen met tuiten. Loslaten heet dat, maar op dat moment vroeg ik me toch even af waarom hij niet gewoon lekker tot minimaal zijn 36e gezellig bij zijn moeder wil wonen.

En nu? Zijn kamer is behoorlijk leeg hier, maar mijn bloedje stuurt me gelukkig met enige regelmaat een whatsappje met vragen waarin hij toch nog even advies van zijn moeder heeft. Yes!

Er worden foto’s doorgestuurd van ‘lunches’ (ik zag alleen maar limoncello, maar dat terzijde) met vrienden en vriendinnen op een zonnig terras. Op mijn telefoon prijken inmiddels foto’s van het eerste wasje dat hij gedraaid heeft (met bijbehorende spierbal-emoji ..), van de veel te dure plant in hun woonkamer en het beeldige nieuwe wasrekje (héél belangrijk). De foto van de aparte bierkoelkast heb ik nog niet mogen ontvangen en ik heb zo’n vermoeden dat die ook niet gaat komen. Zomaar een onderbuikgevoel. Maar het maakt me blij en trots om te zien hoe goed ze het daar voor elkaar hebben.

Op mijn grote vraag hoe het met de studie gaat heb ik nog geen respons gekregen, bij gebrek aan tijd ofzo. Maar ik krijg wel updates door van het baantje dat hij inmiddels heeft geregeld om zijn huur te bekostigen en hoe fucking blij hij is met het appje op de telefoon wanneer hij de planten moet bewateren. Prioriteiten mensen, prioriteiten.

Maar ik ben blij als mijn kind blij is en niets maar dan ook niets wijst erop dat het een verkeerde beslissing is geweest. Mijn kind is happy en ik geniet ervan. Nu alleen nog even dat ‘loslaten’. Ik kan het.

De Corona-toer van Ruk & Pluk

Oké, ik zal eerst maar even uitleggen wie Ruk en Pluk zijn, ik denk dat dat zinvol is, Ruk & Pluk klinkt namelijk best ranzig. Ruk is mijn partner in crime Mike, die ooit in Maastricht tegen een kroegbaas uitvoerig oreerde over café Ruk & Pluk in Amsterdam. Op de tafel die we voor later die avond gereserveerd hadden voor een asperge-climax prijkte een reserveringbordje met de tekst: Familie Ruk en Pluk. Ziedaar, het komisch duo Ruk en Pluk was geboren.

Verleden week ging ik met Ruk weer eens een dag door Amsterdam slenteren, zoals we dat af en toe doen als we bij willen ouwehoeren en we toe zijn aan een middag verschrikkelijk veel schaterlachen. Want dat kunnen wij als geen ander, dezelfde humor en enige gêne is in geen velden of wegen te bekennen. En ik kan jullie verzekeren, een wandeling door de stad tijdens deze Corona-crisis is een verademing! Dus snel nog even doen voor de boel open gaat!

undefinedWe begonnen onze excursie in de Spuistraat, waar ik Mister Guide ontmoette die net zijn woeste Corona-lokken had verruild voor een keurig geknipte krullencoupe. De mazzelkont had al een afspraak staan, anders was het natuurlijk niet om aan te zien geweest. Daarnaast had ik ook nog een zelf in elkaar geflanst mondkapje van een oud Hans Ubbink overhemd meegenomen dus Ruk was extra dartel. Op de eerste de beste hoek bestelden we een coffee-to-go en op een bijna uitgestorven Dam kregen we het lumineuze idee om toch maar even langs de Bijenkorf te gaan. Die coffee-to-go blijft tenslotte niet eeuwig ergens hangen. Dat leek ons een beter idee dan de broek laten zakken in één of ander steegje. Helaas, ‘plee gesloten’ stond er op het bordje voor de draaideur dus dat werd nog een uitdaging voor de blaas en de sluitspieren. Maar dat kunnen wij. Niet aan denken, niet te hard lachen en stoïcijns door naar De Wallen.

De Wallen zijn omgetoverd van sex, druks en rock&roll walhalla naar een bijna apocalyptisch tafereel, maar wat een genot om hier te lopen, niet te struikelen over naar bier stinkende Engelsen, wietdampen die verruild waren voor de geur van verbouwingen. De sexclubs die aan een grondige renovatie bezig waren, de rode lampen die brandden maar op de aftandse bureaustoelen voor de ramen zat niemand. Een verdwaalde man zocht kansloos nog naar een open gordijntje.

Op de Nieuwmarkt kochten we bij een warme bakker een overheerlijk broodje en terwijl we op een betonnen bankje ons broodje zaten te verorberen genoten we van deze bijna lege stad. Bij het weggaan kreeg ik een glimlach toegeworpen van een Amsterdammer die op zijn fiets voorbij stoof. Mijn dag kon niet meer stuk.

Vlakbij de Hortus stonden we stil voor een brugwachtershuisje die blijkbaar door de hele stad te huur zijn. Wat een uitvinding, we hebben gelijk afgesproken dat we dat een keer gaan exploreren en heel decadent op het miniscule terrasje aan de droge wijn gaan. Hopelijk zit daar wél een toilet in..

Vlakbij Artis werd het tijd voor een ijsje en terwijl we tegenover de ingang van de dierentuin ons bakje ijs stonden weg te scheppen bleek Ruk last te hebben van hielspoor. Lekker op tijd gemeld, na 3 uur wandelen… En het Centraal Station was nog niet in zicht. Maar Ruk zeurt niet en slenterde gemoedelijk op zijn nette leren patta’s mee over het Entrepotdok. Het idee dat ik er ooit bijna gewoond had maar het afgeslagen heb, man, man, ik ben een kei in slechte keuzes.

Voor het eerst zag ik dat er een enorm terras boven op het NEMO-museum is. Een paar toeristen stonden selfies te maken voor de gesloten poort. De desillusie is vast te zien op de foto’s. Nog even en het terras is weer open en de gringo’s gaan weer toestromen. Nog heel even genieten van de schoonheid van Amsterdam voor de hel weer los barst.

In een onverwachts volle trein zit ik, net als zoveel anderen met een mondkapje op te knijpen, want de koffie begint nu toch wel redelijk zijn dieptepunt te bereiken. Ik had het niet willen missen. Amsterdam, wat ben je betoverend tijdens Corona.