Over een parel op ‘magisch’ Ibiza enzo

Onze laatste dagen op Ibiza en tja, wat zal ik ervan zeggen. Laat ik voorop stellen dat het een heerlijke vakantie is op een eiland, maar magisch? Nèhhh.

De verwachting die ik ervan had was toch een tikkeltje anders dan de werkelijkheid. Ik dacht aan vrije zielen, toffe strandtenten waar ik tussen gelijkgestemden op blote voeten kon dansen in het zand en avonden met pizza-uit-een-doos aan zee. De zogenaamde hippie-tenten zijn er wel (Sa Trinxca is leuk!) maar op de veel te dure bedjes liggen overdag voornamelijk rijkeluis-pubers in goudkleurige mini-bikinitjes met een fles cava in een met ijs gevulde wijnkoeler binnen handbereik. De gehoorapparaat-bruine modellen lopen af en aan langs de bedjes om steeds weer een ander felgekleurd Ibiza-jurkje (met bijpassende cowboyhoed en schelpen-enkelbandje uiteraard) te showen. De meisjes met de veel te lange wimpers nemen gretig aftrek van deze niets verhullende Ibiza-flodders die ze in Nederland hoogstwaarschijnlijk nooit of te nimmer meer aandoen. Ashram is afgeladen vol met dezelfde wannabe hippies dus die laat ik ook maar even gaan.

Maar er zijn ook nog steeds leuke plekjes. Het restaurantje Can Suldat bijvoorbeeld dat iets van de kust af ligt. Waar je heerlijk in een tuin met kaarsjes, flikkerende aftandse lampionnetjes en bedelende kittens aan je voeten kunt eten. Waar een gladde Duitser met strak gefohnd haar op zijn gitaar zit te tokkelen en Spaanse ballades uit zijn strot knijpt, die door de Spanjaarden luid bejubeld worden. Hij wordt aanbeden, deze Don Juan met zijn overhemd open tot aan zijn navel.

Of het avondje bij vrienden van Niels die in het binnenland van Ibiza wonen. Wat een genot was dat. Eten in hun prachtige tropische tuin, mooie gesprekken voeren en limoncello-met-een-bite wegwerken. Ik hou er zo van, een avond met mooie en échte mensen. Een paar dagen later hebben we met zijn allen bij Kumharras, een ‘hippie’-tent aan zee, gezeten om de zon onder te zien gaan. Je snapt het al… Rete bewolkt, geen zon in de zee zien zakken dus. Maar het was een leuke plek waar de hapjes van discutabele kwaliteit waren en de ietwat uitgestorven hotels op de achtergrond niet bijdroegen aan het idyllische geheel zeg maar, maar de wijn was koel en het gezelschap nog beter.

Eerlijk gezegd beleef ik nog het meest het door mij verwachte Ibiza-gevoel als we hier in onze geleende groene parel over het eiland crossen. De V-snaar maakt zoveel teringherrie dat iedereen in de omgeving zich helemaal lam schrikt, er zit geen lak meer op dat ding en door het stof dat erop zit kunnen we hem soms maar met moeite terugvinden. Maar met de groene parel de bergen ingaan en heerlijk eten bij een verscholen wegrestaurantje, dan ben ik extra blij.

En ik hou van de prachtige baaitjes hier met het kristalheldere water en de prachtige rotsen. De ellendige steile paadjes die we op- en af moet ploeteren om er te komen neem ik graag voor lief, ook met blaren in teenslippers en bij 30 graden plus.

Legale feestjes? Nope, die zijn er niet. Wel illegale, bovenop het fancy hardrock hotel. De vriendelijke en exclusieve uitnodiging om daaraan deel te mogen nemen hebben we zonder spijt rigoreus afgewimpeld. Tussen de 400 en 600 euro en dan krijgen we wel 750cc aan sterke drank die we helemaal zelf mogen uitkiezen. Maak me gek! Weet je hoeveel flessen wijn je daarvoor bij Woodstock kunt kopen? Dus steek dat feest maar op een plek waar de zon niet schijnt. Dat is voor de rijkeluis-pubers van het strand. Have fun schatten en vergeet de creditcard van pa niet als je weer weg gaat.

Ach, er is nog zoveel te vertellen en te delen. Maar de plicht roept. Ik moet met mijn lief de zee in of sangria drinken of iets in die richting. Dus dag lieverds, dikke kus van ons en hasta mañana!

Gardameer Holladiééé!

Zo, terug van onze zomervakantie aan het Gardameer. Onze eerste keer aan het meer en tevens onze laatste. O, het was gezellig en we hadden heerlijk weer, maar om 1200 km te rijden om in Bakkum terecht te komen is wel wat overdreven. Maar even vanaf het begin.

De feestvreugde begon in Zwitserland. Wat waren we blij dat we na 11 uur hangen in ons Citroën-ei, geplette broodjes vergezeld van een klets koude koffie nuttigend en plassend op gore parkeerplaats-WC’s die ellendige Gotthard-tunnel achter de rug hadden. Voor de onwetenden onder ons: dat is één groot zwart stinkend 2-baans hellegat van 17 km dat je door de krochten van een Zwitserse Alp moet voeren.  Ik was er wel klaar mee en mijn flesje ontsmettingsgel begon akelig leeg te raken. En we waren moe,  dus een kneuterig Zwitsers hotelletje en een bordje Geschnetzeltes mit Pommes en een pul bier waren meer dan welkom. Nou, vergeet het maar. We (lees: Rik) hebben 3 uur lang vloekend elk lelijk dorp langs elke afrit gehad maar een 3-persoonskamer in Zwitserland is zoeken naar een speld in een zwitserse hooiberg. Uiteindelijk waren we dat gezoek naar een idyllisch Von Trapp-pensionnetje zó zat dat we zijn doorgereden naar Italië. Pas in Como vonden we een mooi, schoon hotel, terrasje, hapje, drankje… De Van der Elstjes waren weer blij…

De volgende dag door naar het Gardameer, naar onze prachtige 4-sterren camping met luxe tent. De camping was er en de tent ook. Daar is alles mee gezegd. Ten eerste had het camping-management er stiekem zelf 2 sterren erbij geplakt en was de tent een vooroorlogs exemplaar waarin de Vacansoleil-medewerkers vruchteloos hadden geprobeerd met halve boomstronken de aftandse keukenkastjes en ander onheil nog enigszins waterpas te krijgen. Maar goed, de port-a-potti kreeg zijn ere-plaatsje, een sopje door de zweet-tent gehaald, beddengoed ontdaan van wantsen en ander ongedierte en een stralende zon en dan ben je al snel tevreden als Nederlander. Het welkomstpraatje van Ineke en Piet, de Vacansoleil-goeroes had ik voor geen goud willen missen… Happy campers pur sang, die ons gelijk al voorzagen van handige tips wat te doen met het grondzeil bij heftige regenval en waar de lekkerste frieten te krijgen waren. Nou, dat beloofde wat!

Onze overburen waren Duitsers en ze waren de trotse bezitters van Felix der Dachshund, die met een halve drol aan zijn kont over ons pad schuifelde.  In het meer stikte het van de waterslangen,  de keien op het strand waren zo groot dat ze niet eens irritant in je bikinibroekje konden gaan zitten en het toppunt van de dag was de aquagym om 10.00 uur en dan hield het wel zo’n beetje op. Niet dat we meededen maar kijken naar eenzame dames die desparaat met hun cellulitis-billen in te kleine roze bikini’s stonden te schudden maakte veel goed. Ik ben geen over het paard getild meisje, maar dat volk op die camping! De rimpelige poepbuine Sally Spectra die altijd en overal voordrong omdat ze al jáááren op die camping kwam en dus aanspraak maakte op haar verworven rechten (?), de veel te brede patser die regelmatig met zijn gouden koningsketting over de camping sjouwde, het 60+-camping-kadaver met de diamanten navelpiercing… O, en dan die foute kerels die al een erectie krijgen door alleen maar te brallen over de hoeveelheid PK’s van hun boot. Dat volk dus. Brrr. Maar goed, Rik wilde naar het Gardameer, dus geen gezeur.

Maar er is ook goed nieuws. Het fietsen in Lombardia mensen, het fietsen. Wat een genot, wat een uitzichten, wat een prachtige routes, gave beklimmingen en wat een mooie Italiaanse fietscultuur. Ik ben geen Italiaan tegengekomen die niet gesoigneerd op zijn stalen ros zat. Alles klopt, en ik zie dat graag. Ik vond fietsen in Frankrijk leuk, en natuurlijk is het een uitdaging om een keer de Alpe d’Huez op te fietsen, maar eigenlijk is het ook best saai en ik vind dit persoonlijk zoveel mooier. De verrassing die je na elke bocht tegenkomt, je weet nooit of het een stukje klimmen of dalen wordt, het uitzicht op een nieuw stukje van het meer, een cappuccino op een met kasseien bestraat pleintje in een oud Italiaans dorpje en weer verder fietsen tot de volgende verrassing je overvalt.  De Italianen die ‘forza bella!’ naar je roepen als ze je met een bloedgang voorbij racen (het was de Astana-ploeg die aan het trainen was, dus dan mag het… ). O mensen wat wordt een fietser hier blij van. En je komt bijna geen toerist  tegen want die hangen allemaal brallend in hun speedboten op het water en gieten zich vol met goedkope prosecco. En dat moet vooral zo blijven.

Ik kan nog wel een bladzijde vol schrijven over onze belevenissen en wellicht dat er nog een vervolg komt, maar  voor nu hebben jullie in elk geval al een kleine sfeerimpressie.

Dit was onze laatste keer Gardameer maar zeker niet onze laatste keer Lombardia. Want 1 ding is zeker, dit is voor ons de fietshemel op aarde…

A presto!