Life blog, wtf?

Mijn life blog, ehm.. de definitie van life is leven toch? O ja, dat is waar ook, daar ben ik mee bezig! Leven in een heel klein wereldje, dat dan weer wel, maar eigenlijk ben ik best gelukkig in mijn weiland. Maar het feit dat mijn zoon gisteren aan me vroeg of ik altijd tegen mezelf praat als ik werk, dat was toch even een klap in mijn smoel. Maar hij heeft gelijk.

Thuiswerken heeft zijn voordelen, maar ik ben dat spuuglelijke computerscherm op mijn eettafel zat en als ik koffie ga zetten vraag ik hardop aan mezelf hoe ik hem vandaag weer eens wil. Het antwoord is elke dag weer een desillusie, want een scheut rum en een klodder slagroom gaat hem niet worden om 10.00 uur ’s morgens en de latte gefabriceerd uit zelfgemaalde koffiebonen ook al niet. In plaats van naar de postkamer loop ik 2x per dag naar de wasmachine op zolder om te kijken of er misschien in de tijd dat ik met mijn hol op mijn keiharde hippe vintage schoolstoel zat, wat vuile was bijgekomen is. Of ik loop de tuin in om te kijken of zich al onkruid tussen de steentjes heeft gewurmd. Een uitje naar de wasmachine of een verdwaald grassprietje, hoe kansloos wil je het hebben. De discipline opbrengen om de hele dag achter mijn laptop te kruipen gaat me redelijk goed af want er ligt genoeg werk, maar met dat thuiswerken en het zonnetje in mijn tuin denk ik om 2 uur al aan het strand. En dan duurt het lang tot 5 uur kan ik je verzekeren.

Maar O wat ben ik blij dat we weer een beetje ‘los’ mogen. Jullie hadden het vast al vermoed, en inderdaad, ik was één van die mensen die 1 juni om klokslag 12 uur haar derrière nestelde op een terrasstoel en een wijntje bestelde, ook al zat de 3 nog lang niet in de klok. Fuck it, het voelde als een feestje.

Inmiddels hebben er ook al een aantal stranddagen de revue gepasseerd. O man, wat een happy moments: weer aan zee te kunnen zijn, zwemmen tussen de kwallen, zand tussen de bilnaad en plakkerig en rozig aan de bitterballen en biertjes bij de strandtent. Ik word er toch zo ontzettend gelukkig van.

Afgelopen week was ik 2 dagen aan zee in Castricum met een vriendin, 32 graden, een koele zee en een briesje. Wat wil een mens nog meer? Oké, iets minder wind was fijn geweest, want de goedkope parasolletjes klapten om de haverklap dubbel in een soort verwaaide palmboom met windkracht 9, maar dat deed niets af aan de gelukzaligheid van een stranddag. En eerlijk is eerlijk, halfnaakte mensen die over het strand achter hun weggewaaide pluutje aan rennen levert de nodige hilariteit op. Het opvouwen van de Decathlon-tentjes die in één vloeiende beweging ingeklapt moeten kunnen worden ook trouwens. Maar de mooiste momenten zijn die na 5 uur. Op een terras gaan hangen, degusteren en borrelen, voetjes in het zand en de gouden ploert zien ondergaan, dat is een heerlijkheid waar maar weinig tegenop kan.

En toch, ik vind het niet altijd gemakkelijk. Met een broertje in een verpleeginstelling die al maanden volledig van slag is, omdat hij ervan overtuigd is dat mijn moeder dood is. Of ik. Of we op zijn minst ernstig beroerd zijn met vreselijke koortsstuipen en andere enge ziekteverschijnselen. Gelukkig mogen we weer op bezoek in plaats van buiten achter een hek iets naar elkaar te moeten schreeuwen. De meegenomen chocolade hoeft inmiddels ook niet meer over het hek gemieterd te worden alsof je een aap voert in de dierentuin. Maar het kwaad is eigenlijk al geschied, hij is de weg kwijt geraakt in deze hele Corona-shit en het komt niet terug.

Ik ga weer even verder thuiswerken lieverds. De lunchpauze zit er weer op, de volgende call staat op de stoep en ik moet mijn koptelefoon ergens in deze chaos gaan zoeken. En ik ga even bedenken welke koffie ik erbij wil. Zou zomaar een simpele Nespresso kunnen zijn, die zit tenminste gegarandeerd in het assortiment..

De Corona-toer van Ruk & Pluk

Oké, ik zal eerst maar even uitleggen wie Ruk en Pluk zijn, ik denk dat dat zinvol is, Ruk & Pluk klinkt namelijk best ranzig. Ruk is mijn partner in crime Mike, die ooit in Maastricht tegen een kroegbaas uitvoerig oreerde over café Ruk & Pluk in Amsterdam. Op de tafel die we voor later die avond gereserveerd hadden voor een asperge-climax prijkte een reserveringbordje met de tekst: Familie Ruk en Pluk. Ziedaar, het komisch duo Ruk en Pluk was geboren.

Verleden week ging ik met Ruk weer eens een dag door Amsterdam slenteren, zoals we dat af en toe doen als we bij willen ouwehoeren en we toe zijn aan een middag verschrikkelijk veel schaterlachen. Want dat kunnen wij als geen ander, dezelfde humor en enige gêne is in geen velden of wegen te bekennen. En ik kan jullie verzekeren, een wandeling door de stad tijdens deze Corona-crisis is een verademing! Dus snel nog even doen voor de boel open gaat!

undefinedWe begonnen onze excursie in de Spuistraat, waar ik Mister Guide ontmoette die net zijn woeste Corona-lokken had verruild voor een keurig geknipte krullencoupe. De mazzelkont had al een afspraak staan, anders was het natuurlijk niet om aan te zien geweest. Daarnaast had ik ook nog een zelf in elkaar geflanst mondkapje van een oud Hans Ubbink overhemd meegenomen dus Ruk was extra dartel. Op de eerste de beste hoek bestelden we een coffee-to-go en op een bijna uitgestorven Dam kregen we het lumineuze idee om toch maar even langs de Bijenkorf te gaan. Die coffee-to-go blijft tenslotte niet eeuwig ergens hangen. Dat leek ons een beter idee dan de broek laten zakken in één of ander steegje. Helaas, ‘plee gesloten’ stond er op het bordje voor de draaideur dus dat werd nog een uitdaging voor de blaas en de sluitspieren. Maar dat kunnen wij. Niet aan denken, niet te hard lachen en stoïcijns door naar De Wallen.

De Wallen zijn omgetoverd van sex, druks en rock&roll walhalla naar een bijna apocalyptisch tafereel, maar wat een genot om hier te lopen, niet te struikelen over naar bier stinkende Engelsen, wietdampen die verruild waren voor de geur van verbouwingen. De sexclubs die aan een grondige renovatie bezig waren, de rode lampen die brandden maar op de aftandse bureaustoelen voor de ramen zat niemand. Een verdwaalde man zocht kansloos nog naar een open gordijntje.

Op de Nieuwmarkt kochten we bij een warme bakker een overheerlijk broodje en terwijl we op een betonnen bankje ons broodje zaten te verorberen genoten we van deze bijna lege stad. Bij het weggaan kreeg ik een glimlach toegeworpen van een Amsterdammer die op zijn fiets voorbij stoof. Mijn dag kon niet meer stuk.

Vlakbij de Hortus stonden we stil voor een brugwachtershuisje die blijkbaar door de hele stad te huur zijn. Wat een uitvinding, we hebben gelijk afgesproken dat we dat een keer gaan exploreren en heel decadent op het miniscule terrasje aan de droge wijn gaan. Hopelijk zit daar wél een toilet in..

Vlakbij Artis werd het tijd voor een ijsje en terwijl we tegenover de ingang van de dierentuin ons bakje ijs stonden weg te scheppen bleek Ruk last te hebben van hielspoor. Lekker op tijd gemeld, na 3 uur wandelen… En het Centraal Station was nog niet in zicht. Maar Ruk zeurt niet en slenterde gemoedelijk op zijn nette leren patta’s mee over het Entrepotdok. Het idee dat ik er ooit bijna gewoond had maar het afgeslagen heb, man, man, ik ben een kei in slechte keuzes.

Voor het eerst zag ik dat er een enorm terras boven op het NEMO-museum is. Een paar toeristen stonden selfies te maken voor de gesloten poort. De desillusie is vast te zien op de foto’s. Nog even en het terras is weer open en de gringo’s gaan weer toestromen. Nog heel even genieten van de schoonheid van Amsterdam voor de hel weer los barst.

In een onverwachts volle trein zit ik, net als zoveel anderen met een mondkapje op te knijpen, want de koffie begint nu toch wel redelijk zijn dieptepunt te bereiken. Ik had het niet willen missen. Amsterdam, wat ben je betoverend tijdens Corona.

Een droog begin

Januari was zo droog dat ik bijna verschrompelde maar 31 januari, wat hou ik van je. Het einde van deze oersaaie en schrale januari-maand. Dry January, jeeeey.. Het zou een maand worden waarin ik steevast de BOB zou zijn zodat ik niet kón drinken, omdat ik anders onherroepelijk over de schreef zou zijn gegaan. Pfff ik vond het al grote bullshit, zo’n alcoholvrije maand als je de overige 11 maanden klakkeloos en met enige regelmaat een wijntje of een biertje erin dondert. Maar ik heb het toch uitgetest, ze zeggen dat het ergens goed voor is maar waarvóór dan? Ik ben er nog niet helemaal uit. Ik merk er in ieder geval (nog) geen zak van, mijn velletje ziet er niet ineens uit als die van een 25-jarige en van de beloofde spierpijn die uit zou blijven heb ik ook geen flikker gemerkt. En dat beter slapen? Nèhh, volledig kansloos. De positieve effecten op de vetbalans zodat ik me stiekem een beetje verheugde op het lijf van een slanke sla-spijker? Hahaha fuck dat, ik val af omdat ik minder zooi mijn snavel inprop en me minstens 4 keer per week toetakel op de sportschool. En dat goddelijke lijf? Daar heb ik nog steeds de Velthuis-kliniek voor nodig en een stuk of wat specialisten die kunnen snijden, zuigen en spuiten. Zo, dat is gezegd.

Niet dat ik me strikt aan die kurkdroge maand heb gehouden hoor, dus uiteindelijk ben ik toch één van die loosers die die hele onzin met een korrel zout heeft genomen, maar hé, de intentie was er. Ik heb deze maand zomaar iets van 4 wijntjes naar binnen gekieperd, dus jáhaaaa ik weet het, de discipline van een mislukte carrièretijger. Maar ik vind dat ik best hele goede argumenten gehad heb om een beetje te sjoemelen: een afscheidsetentje van een collega, een duur flesje wijn die ik opengetrokken had voor mijn moeder maar waarvan het té zonde was om hem te laten kapseizen in de gootsteen en ook nog ergens (zomaar, omdat ik er zin had) een glas tussendoor naar binnen gekieperd. Die ruggegraat van mij is van elastiek, enorm flexibel vind ik hem. Dat dus. Drogredenen genoeg op de plank zeg maar.

Broodnuchter en bij mijn volle verstand proberen blogs te schrijven, het gaat me niet zo goed af moet ik eerlijk bekennen. Je maakt niks mee zo hè, in zo’n maand waarin ik de brandstof mis waardoor sommige situaties nét even iets leuker worden.

Afgelopen week had ik zo’n voorvalletje waarover ik normaal gesproken nog zou kunnen lachen ook. Nu niet dus. Dat ik naast mijn kauwgom spontaan een hele kies in mijn klep had, ik vond het niet grappig. Die kies bleek ook nog eens volledig gevuld te zijn met goud en onderuit stak een barbaars ijzeren pinnetje. Stomverbaasd was ik, want niemand had me ooit verteld dat ik een implantaat had. Het zal ooit door één of andere louche tandarts verkocht zijn als kroon maar ik heb zo’n vermoeden dat de factuur die naar de verzekering is gegaan iets heel anders heeft vermeld. Godzijdank was dat voor de periode van de vrijwillige bijdrage.

Tot overmaat van ramp was mijn eigen tandarts ook nog eens lekker een week in de witvlokkige ijskristallen zijn kunstjes aan het doen, dus de vervangende tandarts heeft er gelijk een slaatje uit geslagen denk ik zo. Hij vond het namelijk broodnodig om een imposante fotosessies van mijn kwebbel  te maken en allerlei andere dure en dubieuze fratsen uit te voeren. En ik hield mijn mond want het praat zo moeilijk met 3 ijzeren voorwerpen en 4 vingers in je bakkes hè? De kies is teruggeplaatst, ik mocht naar huis met een goor watje geklemd tussen mijn kiezen en mijn bonus zal waarschijnlijk in het putje dat CZ heet verdwijnen. Het zou me niet verbazen.

Ik vind het tijd om mijn verdriet af te toppen met een glaasje wijn. Ik ga een Neropasso scoren, die droge januari zit er toch bijna op. Op naar de kletsnatte februari, cheers!

Het loterij-meisje

Ik heb een rete schreeuwerige deurbel. Zo eentje die klinkt alsof de hel bij de voordeur zojuist is losgebarsten en ik als de sodemieter met mijn life support-pakketje de bunker in moet duiken.  Trrrringggg! Jaaaa, we hebben er weer één! Shit, ik had toch die sticker moeten plakken.

Voor mijn neus staat een stuiterend grietje van een jaar of 20 met een glimlach van oor-tot-oor terwijl het buiten fucking koud is en de miezerregen al uren non-stop uit de lucht komt vallen. “Halloooooo, ik kom u een gratis lot brengen van de Vriendenloterij! Leuk hè en gefeliciteerd!” En gelijk gaan al mijn voelsprieten op stand ‘gevaar’ want ‘gratis’, daar hangen voorwaarden aan. Gratis my ass. Waarschijnlijk zit ik, als ik hierin meega, vast aan 86 pingpongballen, 2 draken en een gratis consult voor borstimplantaten.

Maar goed, omdat ik het enthousiaste meisje niet de deur in haar schattige smoeltje wil gooien, hoor ik haar heuglijke nieuws toch maar even aan. In mijn hoofd komen tegelijkertijd visioenen voorbij en de paniek slaat genadeloos toe. Waaraan moet ik die tonnen in godsnaam erdoor gaan jagen? Reisje naar de Caño Cristales in Colombia, of tóch maar Macchu Picchu, of die klassieke VW-bus? De keuzestress is nu al niet meer te overzien mensen.

Ze duwt haar legitimatie onder mijn neus en ik weet niet hoe het bij jullie zit, maar in de schemer had ze net zo goed een stuk pleepapier onder mijn neus kunnen duwen, dus ik laat het voor wat het is. Blij dondert ze haar relaas over me heen en hoe meer ze praat, hoe liever ik haar vind. Haar natte haren druppelen op haar tablet en met de mouw van haar jas doet ze verwoedde pogingen om haar I-padje enigszins droog te houden.

Het PABO-meisje (ja dat had ik al uit haar gevist) licht me in een sneltreinvaart even alle voorwaarden toe die niet direct binnenkomen bij me. Helemáál niet, eigenlijk. Wat ik kan winnen? Geen flauw idee, maar ik ga uit van enkele tonnen. Moet kunnen toch? Geld zat, die loterij-loeders. Het meisje drukt me op het hart dat ik mijn mail in de gaten houd want ik krijg binnenkort een berichtje waarin ik kan aangeven of ik wil stoppen met mijn gratis maandelijkse utopie. ‘Daar ga je al’, denk ik bij mezelf, want zodra ze vertelt heeft wanneer ik moet annuleren ben ik deze datum ook gelijk weer… juist ja, vergeten. En je kunt er gif opnemen dat dat kloterige mailtje in mijn spamfolder terecht komt en ik de hele inhoud van deze irritante folder ongelezen in de prullenbak knikker, natuurlijk inculsief het mailtje van het aardige meisje. Naar verwachting ben ik dus het komende jaar de trotse bezitter van een Vriendenloterij-lot.

Even later kijk ik door het keukenraam en zie ik dat de overburen het inmiddels doorweekte grietje negeren. Hun deur blijft hermetisch gesloten dus ze hebben vast niet zo’n afgrijselijke deurbel. Kleine moeite om het meisje even te vertellen dat ze geen vriendenlot willen en überhaupt geen vrienden hebben. Ik heb de neiging nog 6 loten te kopen en straks, als ik die hoofdprijs in de wacht heb gesleept, een vette klassieke Volkswagen-bus op hún parkeerplaats te stallen met een logo van de Vriendenloterij in gigantisch grote neonletters er bovenop. Het meisje kijkt nog even mijn kant op en steekt een duim omhoog. Ze blijft lachen.

En nu heb ik dus een gratis lot. Het meisje hoopt dat ik win. Ik ook. Wat een lucky bastard ben ik toch.

Komkommer met een dipje..

1 januari was een waardeloze dag om de balans op te maken van de mentale en fysieke status van 2019. (Dit moet ik even onthouden voor volgend jaar..) Ik had me begin november voorgenomen dat ik 6 kilo af wilde vallen, ik hoef er nu nog maar 9. What the fuck happened?

Oké, een burn-out en nekhernia’s hebben me lam gelegd, maar man, wat heb ik het lang weten te rekken. Een paar jaartjes zeg maar en nee, ik ben er niet trots op. Dat sporten van verleden jaar was een kansloze missie als je daarmee de overmatige alcoholinname vergezeld van te veel gezellige etentjes en kroegbezoekjes probeert recht te trekken. Tijd om de boel volledig op zijn kont te gooien en mezelf een schop onder mijn krent te geven. En ik zou ik niet zijn als ik daarin dan ook niet gelijk volledig doorsla. Jullie weten het inmiddels, geen rem hè?

Ik heb direct een 14-maanden abonnement voor een godsvermogen binnen gesleept (schuld van vriendin, want ik kan natuurlijk geen ‘nee’ zeggen als het erop aankomt). De 0-meeting op de sportschool was kak, wat een waardeloze reality-check die ze even in de vorm van een kassabonnetje aan je meegeven alsof het niks is (*#@**%!). Barbaren.. Dus ik heb de eerste periode gelijk wekelijks 5 dagen mijn lijf gestort op hardloop- en andere sadistische apparatuur, burn- en powerlessen gevolgd en mezelf in onmogelijke poses geprobeerd te vouwen. De pijn van de verzuring, ik hou ervan, ik heb het stiekem enorm gemist.  Ik voel me fucking stoer dat ik weer met mijn bidonnetje en mijn nieuwe handdoekje door de sportschool dwarrel.

Dat dat gevoel helaas steeds weer even wegebt als ik met dunne meisjes van pak-em-beet 23 het zweet van mijn lichaam probeer te douchen neem ik voor lief. Weg euforie want heb je enig idee hoe lastig douchen het is met ingehouden buik en je probeert je enkels te wassen zonder dat je tieten hangen? Nou, ik kan je verzekeren dat dat al een sportieve prestatie op zich is. Toch weer 63 kcal. Jezus wat wordt er veel gevraagd van mijn lenigheid. Maar als ik dan de sportschool uitloop met mijn gratis sporttasje (ja gratis, ook al kost het abonnement een godsvermogen) en de koude wind door mijn natte haren voel ben ik blij en vind ik mezelf zomaar ineens weer een hartstikke stoer wijf.

De grotere uitdaging zit in het aanwippen bij mijn vriend die Jumbo heet. Ik vul braaf mijn mandje met pizzabodems van gedroogde courgette, bospenen en zakken vol verse gember maar die kneitergroene pizza is niet weg te hachelen. Of je moet hem beleggen met vette gorgonzola, pecorino en taleggio en opfleuren met wat in olie gedrenkte olijven. O man, ik mis mijn rijk gevulde tortilla’s, volle stoofschotels en de weekend-wijntjes maar hang braaf aan de gemberthee en bospeentjes met een waterig yoghurt dipje *jeeeey!*. Mijn God, voor je het weet wordt ik zelf zo’n soja-sloerie die alleen organische lijnzaadkoeken en vega knakworsten op boekweitwafels achter de huig stopt. Nèh, denk het niet.

Maar schatten, deze zomer hang ik weer lekker (als skinny bitch hoop ik) bij Woodstock of in Noordwijk aan Zee ongegeneerd een bak tacos te schransen met een ijskoud Solletje. Deze keer zonder schuldgevoel. Let op mijn woorden.

Tot de volgende blog lieverds. Ik ga even zo’n goddelijk waterig stuk komkommer snacken en me mentaal voorbereiden op de Powerles. Heerlijk..

 

2019 – wat was dit?

Tja, en dan zit het jaar er weer op en is het weer eens tijd voor de eindejaarsoverpeinzingen van dit emowijf. En zoals elk jaar zit ik aan mijn grote tafel met een kop dampende koffie en een te vette oliebol naar de Top2000 te luisteren in mijn hardloopbroek en mijn oude Uggs. Dit wordt een uitdaging want Jezus wat was dit voor een jaar? Saai en chaotisch, dat was het. Meestal dan..

Mijn idee dat ik in 2019 Machu Picchu ging zien? Ehm… het werd een weekje Calpe in Spanje met mijn bejaarde moeder. Maar het was een bijzonder koester-momentje. Mijn mama, die met haar kleine reuma-lijfje na jaren nog eens de zee inging en zich als een volleerde diva elke avond in de rooftop-bar nestelde voor een cocktail, wat ben ik trots op haar. Dat ik een fiks weekend heb moeten herstellen omdat ik die hele week geen oog dicht gedaan heb heb ik graag voor lief genomen. Mooie week was het.

In maart overleed Daantje, onze prachtige dikke poes die 20 jaar bij ons heeft mogen zijn. Nu ligt ze in de tuin van Rik met een mooie struik erop. Ik hoop dat het ding aanslaat. En in september overleed mijn stiefmoeder totaal onverwachts. Ik had haar lang niet gesproken tot ze kort voor haar dood zomaar uit het niets belde. Zo plotseling als het contact kwam, zo plotseling verdween het ook weer. Een huis leeg halen in Limburg dat zo vol staat met kastjes met daarin 36 laatjes met daarin 43 doosjes met daarin dierbare spulletjes en vooral veel prullaria. Halleluja wat een feest. Mama heeft deze hele toestand mee mogen beleven en is nu alvast haar huis aan het opruimen. Omdat je maar nooit weet, zegt ze. De lieverd. Mijn demente broer die aanbood om te helpen, maar geen idee had wie er nou overleden was, mooi vind ik het. Dus lieve vrienden, waar zou ik zijn zonder jullie liefde en hulp.

Voor Wessel was het een bijzonder jaar. Althans dat vind ik, voor hem was het gewoon een jaar maar ik ben zijn moeder en moeders denken daar heel anders over. Hij heeft de middelbare school vaarwel gezegd met veel bier en mama met een lach en een traan. Mijn volwassen vent heeft zijn intrede gedaan op de VU. Dat onze psycholoog-in-spé naast zijn studie nog zoveel tijd vindt om zo min mogelijk technofeesten in louche loodsen over te slaan en zijn tentamens nog goed weet te maken ook, ik vind het knap. Ik geniet van onze gesprekken over zijn studie, ik leer mee en verwonder me. Na 3 1/2 jaar zijn zijn vriendinnetje en hij uit elkaar. Ik ben trots op hoe liefdevol ze nog steeds met elkaar omgaan. Daar kunnen volwassenen nog wat van leren. Maar ik mis haar, ik mis het geluid van hun lachen boven, het gekeutel samen op de badkamer, de enthousiaste gesprekken over hun studies en het nachtelijk gestommel als ze thuis kwamen van weer een feestje. Het is mooi geweest en ik ben fucking trots op ze.

En dan waren daar dit jaar de de concerten, de live muziek, dansen op het strand, hangend bij een strandtent de zon zien ondergaan, de avondjes met vrienden en teveel wijn. O man, wat was ik dan extra blij. Maar voor nu,  nog steeds geen idee of ik bij het bedrijf waar ik al 13 jaar zit kan blijven, de reorganisaties gaan gewoon door. 2020 wordt een spannend jaar, maar kom maar op, ik kan je hebben.

Hmm, als ik het zo lees, dan was dit jaar toch minder saai dan gedacht. Dus lieverds, ik wens jullie voor 2020 heel veel liefde, koester de mooie dagen en leer van de klote-dagen. Let the bubbles flow en maak er een onvergetelijk jaar van!

Veel liefs en een hele dikke kus van mij. X